vrijdag 1 september 2017

Op ontdekkingsreis in de Surinaamse slavenregisters - Dag 8: De aanval en opstand op de plantage Les 4 Enfans



Enige tijd geleden kon men als vrijwilliger helpen om de Surinaamse slavenregisters openbaar te maken. In deze registers werden de geboorte, aankoop, sterfte en verkoop van slaafgemaakten bijgehouden. Maar wat zijn de verhalen achter deze kille boekhouding? In deze tiendelige blog wordt de (soms schokkende) ontdekkingsreis beschreven van één van deze vrijwilligers.

De aanval en opstand op de plantage 'Les 4 Enfans' ofwel 'De Vier Kinderen' in Para
Vandaag een scan van de plantage De Vier Kinderen verwerkt. De suikerplantage De Vier Kinderen, ook wel Les 4 Enfans genoemd, werd in de eerste helft van de achttiende eeuw door Jeremias Papot opgericht. Na zijn dood erfde zijn vrouw Maria van Egten de plantage. In 1729 werd de plantage van weduwe Papot overvallen door marrons (Saramakaners), dit waren weggelopen slaven die hun toevlucht hadden gezocht in de jungle. Als gevolg hiervan was het merendeel van de slaven op de plantage weggelopen. Eén van de twee slaven die weet zouden hebben gehad van de plannen, pleegde zelfmoord. Om een voorbeeld te stellen, werd zijn lichaam verminkt en onthoofd. De weggelopen slaven noemden zichzelf de Papatu, naar de naam van de weduwe Papot en vormden enige tijd een eigen gemeenschap.

Soldaten op zoek naar opstandelingen, door
William Blake (1794)
Door uitputting van de grond werd de suikerplantage rond 1768 een houtgrond, een plantage waar hout werd gewonnen. In de daaropvolgende jaren werd er van overheidswege beslag gelegd op de plantage en werd er door de slaven relatief weinig werk verricht. Ze genoten betrekkelijk veel vrijheid. Volgens een ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad van 12 december 1857 hadden ze ''jaarlijks eenige weken achter elkander en voorts nog elke week een dag vrij, om hunne gronden te bewerken, hebben veel tijd voor jagt en vischvangst en mogen uit dien hoofde geweren en andere wapens hebben.''

Volgens de schrijver leidde deze vrijheid tot losbandigheid, ''zoodat de slaven er zich als het ware als Boschnegers beschouwden''. In maart 1857 kwam de plantage in het bezit van de Heer Ruhman. Om de slaven weer aan het werk te krijgen, stelde Ruhman een nieuwe directeur aan. Volgens de brievenschrijver kreeg de vorige directeur namelijk geen werk gedaan. De slaven kwamen in opstand tegen deze beslissing en zouden de nieuwe directeur zelfs hebben bedreigd. Daarnaast zouden enige slaven met melaatsheid geweigerd hebben ''om zich voor onderzoek en verzorging naar de stad te doen brengenZe hielden zich schuil en stelden de overige gezonde negers aan het overerven dezer vreeselijke ziekte bloot.'' 

Verder stelde hij dat de slaven het heel goed hadden en zelfs de helft minder hoefden te werken dan de Duitse immigranten in het etablissement Albina aan de Marowijne. Hun verzet kwam volgens hem ''dus enkel uit brooddronkenheid'' (onbeschaamdheid). In de daarop volgende maanden werd er tevergeefs geprobeerd om orde op zaken te stellen. Gouverneur Schimpf stuurde een lid van de Kolonialen Raad, de Heer Evertz, naar de plantage ''om namens de regering de 17 belhamels en opstokers op te eischen en ten verhoore naar de stad te brengen.'' De slaven weigerden echter aan dit verzoek te voldoen en toen er werd gedreigd met de inzet van militaire middelen, ''werd brutaal geroepen: 'Het is goed! Laat ze maar komen!'"

Uiteindelijk werd er op 5 november 1857 een leger van 120 soldaten naar de plantage gestuurd om de rust en orde te herstellen. Uit angst voor represailles keerde een aantal gevluchte slaven vrijwillig terug en de zeventien onruststokers en melaatsen werden uiteindelijk aan de soldaten overgeleverd en naar Paramaribo gebracht.



Het zwarte verleden: Slavenopstanden in de Nederlandse geschiedenis
_________________________________________________________________________________________
Bronnen:
Dikland, P. (2005). De houtgrond Vierkinderen aan de Tawaycoere-kreek. Geraadpleegd van http://www.federatieparaplantages.org/pdf/Vierkinderen%202005-01%20geschiedenis.pdf






Geen opmerkingen:

Een reactie posten