zondag 23 juli 2017

Op ontdekkingsreis in de Surinaamse slavenregisters - Dag 6: Het betrekkelijk goede leven op plantage Berg en Dal




Enige tijd geleden kon men als vrijwilliger helpen om de Surinaamse slavenregisters openbaar te maken. In deze registers werden de geboorte, aankoop, sterfte en verkoop van slaafgemaakten bijgehouden. Maar wat zijn de verhalen achter deze kille boekhouding? In deze tiendelige blog wordt de (soms schokkende) ontdekkingsreis beschreven van één van deze vrijwilligers.

Plantage Berg en Dal en de betrekkelijk grote vrijheid van de slaafgemaakten 
Vandaag plantage Berg en Dal onder ogen gekregen. Na onderzoek op internet blijkt dat de Marrons, dit waren weggelopen slaven die zich in het oerwoud hadden gevestigd, in 1730 een aanval hadden uitgevoerd op deze plantage. Volgens het boek Beknopte geschiedenis der kolonie Suriname van M.L.E. Vlier uit 1863 waren de slaven op plantage Berg en Dal op 28 juni van dat jaar riet aan het kappen toen ze overvallen werden door de Marrons. Ze hadden zich verscholen gehouden in de bosjes tot de slaven hun kapmessen en houwers hadden neergelegd om het riet naar de molen te vervoeren. De Marrons grepen de wapens en wisten de slaven te overmeesteren. Op hun vlucht ontvoerden ze vijf vrouwen, waarvan er één verdronk en een ander zwaar gewond raakte. De slaven die in de molen werkzaam waren, schoten te hulp: ''Trouw aan hunnen meester en gehecht aan hunne vrouwen, zetteden zij de wegloopers achterna, en vielen hen onverhoeds zoo dapper aan, dat de vijanden de vlugt namen, met achterlating van alles wat zij geroofd hadden.'' Er werd één aanvaller gepakt en deze werd ''met de kolfslagen hunner geweren verpletterd.'' 


Aquarel van 'Berg en Dal' door Malvine Raatz (ca. 1885)
Wegens hun getoonde trouw kregen de slaven bepaalde voorrechten, zoals het recht op het dragen van een wapen. Om te voorkomen dat de slaven in de verleiding kwamen om zich bij de Marrons te scharen, hadden de slaven op Berg en Dal betrekkelijk veel vrijheid in vergelijking met slaven van andere plantages. Ze hoefden minder uren te werken en hadden meer tijd om hun eigen groente te verbouwen en te verkopen. In zijn boek Zes jaren in Suriname uit 1854 schrijft August Kappler: 

''Het negerdorp bestaat uit nette, houten huizen; deze maken verscheidene straten uit en leveren, daar zij door kokosboomen beschaduwd worden, een vrolijk gezigt op. De werkzaamheden der drie honderd hier aanwezige slaven, zijn zeer gering, en zij besteden hunnen overigen vrijen tijd tot het verbouwen van aardvruchten; deze zenden zij met de ponten, die planken naar de stad brengen, derwaarts om ze te laten verkoopen. Zij fokken eene menigte varkens en pluimgedierte, en hierdoor verschaffen zij zich vele gemakken en genoegens, waarvan de slaven op andere plantagiën verstoken zijn.''

In de tweede helft van de negentiende eeuw deed de Nederlandse regering meermaals de toezegging dat de slavernij snel zou worden afgeschaft. Dit bleef vooralsnog zonder gevolgen. De slaven op Berg en Dal werden hier onrustig van en er was sprake van verzet. In 1861, twee jaar vóór de officiële afschaffing van de slavernij, verklaarden de slaven op Berg en Dal zich vrij en eisten loon voor hun arbeid.



__________________________________________________________________________________________________________
Bronnen:



Geen opmerkingen:

Een reactie posten