woensdag 26 juli 2017

Op ontdekkingsreis in de Surinaamse slavenregisters - Dag 7: Het dagboek van Magdalena Maria van Gelre



Enige tijd geleden kon men als vrijwilliger helpen om de Surinaamse slavenregisters openbaar te maken. In deze registers werden de geboorte, aankoop, sterfte en verkoop van slaafgemaakten bijgehouden. Maar wat zijn de verhalen achter deze kille boekhouding? In deze tiendelige blog wordt de (soms schokkende) ontdekkingsreis beschreven van één van deze vrijwilligers.

De memorie van vrouwe Magdalena Maria van Gelre, weduwe Boxel
Vandaag een register verwerkt van plantage BoxelIn de negentiende eeuw is er niets bijzonders over deze plantage te vinden, wel een stuk verder terug in de tijd. De naamgever van deze plantage was wijlen kapitein André Boxel, echtgenoot van Magdalena Maria van Gelre, dochter van een burgemeester uit Zierikzee. Weduwe Magdalena vertrok in 1696 samen met haar zwager Mr. Paul van der Veen, de gouverneur van Suriname, en zijn echtgenote, Magdalena's zus Anna van Gelre, naar Suriname.

In 1697 werd ze eigenaresse van de suikerplantage Boxel aan de Surinamerivier. Later werd ze samen met Paul van der Veen mede-eigenaresse van plantage Sinabo. Magdalena bleef tot 1709 in Suriname, hierna vestigde ze zich in navolging van haar zwager, die wegens zijn ontslag een aantal jaren eerder was teruggekeerd naar Nederland, in Gorinchem. In 1735 schreef ze de verhandeling 'Aanwijzingen voor plantage-onderneming in Suriname 1735' waarin ze tips en adviezen geeft aan mensen die zich in Suriname als planter willen vestigen. Deze verhandeling werd gevonden bij de papieren van haar plantages Boxel en Sinabo. Hierin staan aanwijzingen voor het verbouwen van suikerriet, cacaobomen en koffieplanten. Zo adviseert ze inzake het planten van cacaobomen om er bananen- of andere bomen omheen te planten om zo de cacaoplanten te beschermen tegen storm en wind en de grond door oude gebrekkige (kamanke) slaven te laten onderhouden: 

''Dit sou metter tijt fraay profijt opbrengen en eens geplant sijnde kan men de gronden van onderen door oude kamanke negers laaten met schoffelen onderhouden.''


Jean-Baptiste Labat
Ze raadt meermaals aan om het werk Nieuwe reizen naar de Franse eilanden van America (''Nouveau voyage aux îles de l'Amérique'') van Jean-Baptiste Labat, pater, plantagehouder, ontdekkingsreiziger en botanist, te lezen. Hierin worden verschillende gewassen beschreven en schrijft Labat over zijn ervaringen met de landbouw in het Caraïbisch gebied. 

Daarnaast beschrijft ze hoe er met de 'neegers' moet worden omgegaan. Er moet worden gezorgd dat ze genoeg ''tayer, milie, banane, pees en diergelijcke'' te eten hebben. Verder moeten moeders die goed voor hun kinderen zorgen, worden beloond:

''lck vinde dat gedurigh de jonge neegerkinderen sterven, men moet besorgen, dat de moeders daer wat beter oppassen en haar wat belooven alsse in 't leeven blijven.'' 

Men moest de slaven geen onrecht aandoen, maar streng doch rechtvaardig behandelen: 

''direkteur Van der K. was streng maer strafte noyt ofse haddent wel verdient, maer hij besorghde haer altijt overvloedigh van kost.''



Klik dan hier om de memorie van Magdalena Maria van Gelre in het geheel te lezen.



___________________________________________________________________________________________________________
Bronnen:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten