Startpagina

maandag 10 oktober 2016

De laatste echte zeemeerminnen: de ama van Japan




De parels van Japan behoren tot de mooiste en bekendste ter wereld. In Japan bestaat er een tweeduizend jaar oude traditie van parelduiksters. Deze vrouwen worden ook wel ama, ofwel zeevrouwen genoemd. Ze duiken niet alleen naar parels maar ook naar zeeoren en ander zeefruit. Ze zijn vereeuwigd en geïdealiseerd in vele Japanse gedichten en verhalen. In het westen zijn de ama bij veel mensen bekend geworden door het boek en de film van James Bond "You Only Live Twice" waarin James Bond de ama Kissy Suzuki ontmoet.

De geschiedenis van de ama
De ama, in andere streken ook wel uminchu of kaito genoemd, wonen in verschillende kuststreken van Japan. Korea kent een soortgelijke traditie, hier worden de duiksters haenyo genoemd. Er zijn op Shima (een schiereiland in Japan) sporen uit de prehistorie gevonden waaruit blijkt dat de jager-verzamelaars al doken.

De geschiedenis van de ama (ook wel respectvol ama-san genoemd) gaat zeker tweeduizend jaar terug. De ama worden in de beroemde achtste eeuwse verzameling Japanse gedichten Man’yoshu genoemd. In de tiende eeuw ontmoette de schrijfster en hofdame Sei Shōnagon de ama tijdens haar reizen. In haar "Kussenboek" (een verzameling observaties en conclusies) beschrijft ze de risico's die de vrouwen nemen, terwijl de mannen veilig op de boot zitten te wachten en zingen zonder zich zorgen te maken over hun vrouwen. Ze zijn ook te vinden op houtsnedes uit de Edoperiode (1603-1868) van o.a. de kunstenaar Utamaro Kitagawa
. Ze waren tijdens deze periode zelfs een geliefd onderwerp in de erotische kunst (shunga)De droom van een vissersvrouw van de beroemde kunstenaar Katsushika Hokusai is hier een bekend voorbeeld van.

Er zijn vele theorieën over hoe deze traditie is ontstaan. Sommigen zeggen dat er in oude tijden evenveel mannen als vrouwen doken, maar dat de mannen na verloop van tijd met vissersboten verder de zee opgingen. De vrouwen bleven dichtbij de kust om naar zeeschelpen en zeewier te duiken. Deze traditie ging vervolgens van moeder op dochter over. Ama duiksters zelf denken dat het komt, doordat vrouwen beter tegen koud water kunnen, omdat ze meer vetlagen hebben. Ze kunnen hierdoor langer onderwater blijven en meer
Houtsnede Shimokōbe, Shūsui (1789)
zeefruit vangen. Een goede 
ama was gewild als echtgenote, omdat dit een goed inkomen betekende. Op het eiland Shima is er een gezegde dat als volgt luidt: Een vrouw die een man niet kan voeden, is waardeloos. De mannen doken alleen als er te weinig inkomsten waren.

In de Edoperiode (1603-1868) werden vissers en jagers als minderwaardig, hinin (onmensen), bestempeld. Aan de andere kant kregen de ama vrouwen in deze periode een grote mate van vrijheid en rijkdom. Dit was zeer ongewoon voor vrouwen in die tijd. Dit was te danken aan het feit dat ze zee-oren vingen. Dit was en is nog steeds een zeer gewilde delicatesse in Japan. Hierdoor kregen ze toestemming van de autoriteiten om in de wateren van andere steden en dorpen te duiken. Dit zorgde ervoor dat de ama veel door het land rondreisden met hun gezin. De ama hadden bijzonder veel vrijheid in een land waarin een vrouw volgens het confucianisme haar vader, man en later haar zonen moest gehoorzamen.


De werkwijze van de ama
Kleding
De vangst van de ama verschilde per gebied en kon variëren van kreeften, zee-egels, schelpen, zeewier tot zeeoren die een zeer gewilde delicatesse zijn. Met een beetje geluk vingen ze parels toe. Vooral de vrouwen in de kustplaatsen aan de Stille Oceaan droegen tot de jaren zestig van de twintigste eeuw alleen een lendendoek (fundoshi) of korte broek en een doek om hun hoofd (Tenugui). Op deze bandana werden spreuken geschreven voor geluk en om de kwade geesten weg te jagen. Door het toenemende toerisme na de Tweede Wereldoorlog werd er steeds meer aanstoot genomen aan hun naaktheid en bedekten de ama zich. Soms droegen ze speciale witte katoenen kleding (isogi). Deze kleur was namelijk goed te zien onder water in het geval er een ongeluk gebeurde en zou de haaien afschrikken.

In dit filmpje uit 1963 worden ama getoond die nog op de traditionele wijze, d.w.z. schaars gekleed, duiken:






Hulpmiddelen
De ama kunnen twee en soms wel vier minuten lang onder water blijven en deden dit vroeger zo'n zestig keer per duiksessie. Aan de oppervlakte aangekomen, openen ze lichtjes hun mond en ademen dan langzaam uit. Het fluitgeluid dat de duiksters hierbij produceren heet Isobue of isonageki (ook wel zeefluit genoemd).

Ze binden meestal een houten ton aan hun lichaam die als boei fungeert. Zo kunnen ze tussendoor ademhalen en rusten. Als ze heel diep duiken, doen ze vaak een riem om met gewichten (fundoama). Als ze op zeeoor (de meest kostbare vangst) jagen, gebruiken ze een tegane of kaigane om hem te kunnen vangen. Dit is een scherp gereedschap om de zeeoren tussen de rotsen uit te krijgen.

Amagoya
Gedurende het duikseizoen verbleven de ama in speciale hutten, amagoya. Hier warmden ze zichzelf op, bereidden ze zich voor en aten en praatten ze met elkaar. Hier konden de beginnelingen ook veel leren van de verhalen van de meer ervaren duiksters. Tegenwoordig worden deze hutten niet meer gebruikt. In het stadje Osatsu, op het schiereiland Shima, laten ama zien hoe het er vroeger aan toe ging in de amagoya.


Moderne duikhulpmiddelen
Rond de vorige eeuwwisseling werd de duikbril uitgevonden waar de ama sindsdien gebruik van maken. Aan het begin van de twintigste eeuw gingen de ama westerse duikhulpmiddelen, zoals luchtslangen en luchtpompen, gebruiken. Toen duidelijk werd dat ze hierdoor langer konden duiken en de zeeoor- en zeedierenpopulatie ernstig werd bedreigd, werd dit verboden door de visserijcorporaties. Dit verbod geldt vandaag de dag nog steeds.

In de jaren zeventig werd de wetsuit geïntroduceerd en werd het beeld van de halfnaakte ama zeldzaam. De wetsuit zorgde er echter voor dat de duiksters langer in het koude water konden duiken dan vroeger. Dit zorgde weer voor een bedreiging van de visstand. Het gevolg was dat er door de visserijcorporaties regels werden gemaakt over het aantal uren per dag dat er gedoken mocht worden en het duikseizoen werd ingekort. Hierdoor is de druk om zoveel mogelijk zeeoren in een zo kort mogelijke tijd te vangen verhoogd.


Twee soorten duiksters
Ondanks de regionale verschillen, zijn er twee soorten duiksters:

Oyogido of kachido
Deze gebruiken geen boot, maar blijven dicht bij de kust en duiken in ondiepe wateren. Dit zijn meestal de beginnelingen die hun ademhalings- en duiktechnieken verbeteren. De oudere duiksters die niet meer zo diep kunnen duiken, zijn hier ook te vinden.

Funado
Deze duiksters zijn het hoogste in rang en kunnen de meeste inkomsten genereren. Ze werken samen met een schipper, meestal hun man, en gaan verder de kust af met de boot. Ze duiken 25 meter diep met een touw waar 10 tot 25 kg gewicht aan vastzit en trekken aan het touw als ze weer naar boven willen. De schipper haalt ze dan aan het touw op.


Mikimoto Parel Eiland
Mikimoto Kōkichi met ama (1921)
Mikimoto Kōkichi was in 1893 de eerste ter wereld die parels cultiveerde. De Mikimoto parels worden als de mooiste en bekendste van de wereld gezien. Hij kocht het eiland Ojima (aan de kust van Toba in de prefectuur Mie) in 1929 en hernoemde het tot Mikimoto Parel Eiland. Hij maakte van het eiland het centrum van de parelkwekerij. Hij huurde ama in om naar parels te duiken. In 1962 werd het Parel Museum geopend.

Het parelduiken
De ama op Mikimoto Eiland doken in hun door Mikimoto ontworpen witte

duikkleding (zodat de toeristen geen aanstoot namen aan hun naaktheid) tot wel 25 meter diepte zonder beademingsapparatuur. Ze moesten de oesters van de zeebedding verzamelen, zodat ze de kern konden inbrengen. Hierna legden ze de oesters voorzichtig terug op de zeebedding. Als het nodig was, verplaatsten ze de parels naar plekken waar ze beschermd waren tegen tyfoons en gevaarlijke getijden. Om dit te kunnen doen, moest de duikster haar adem 2 minuten inhouden in vaak ijskoud water.

Door de mechanisering van de parelvisserij zijn de ama niet meer nodig. Ze geven nu alleen nog parelduikdemonstraties voor toeristen. Dit is de enige plek waar je de ama duiksters nog op een traditionele manier kan zien duiken.





De ama-traditie bedreigd
Een ama op Mikimoto Eiland
In de jaren zestig kon een ama veel geld verdienen met het vangen van zeeoren, wel 80.000 dollar per duikseizoen. Nu door overbevissing, vervuiling en de opwarming van de aarde de zeeoor niet zoveel meer voorkomt (het aantal is in de afgelopen 40 jaar met 90 procent gedaald), wordt de manier van leven van de ama bedreigd.

Er worden velerlei maatregelen genomen om de zeeoorpopulatie te laten groeien: in Wajima stad (op Hegura Eiland) moet zeeoor onder de 10 cm. in zee teruggegooid worden. Als een ama dat niet doet, riskeert ze een straf van 2 dagen zonder werk. Hierdoor zijn de werkzaamheden van de ama een bijverdienste geworden naast de werkzaamheden op het land ( zoals het verbouwen van rijst, soja, tuinbonen en bloemen) of ander werk.

De ama populatie (evenals de rest van Japan) vergrijst. Er zijn duiksters van tussen de zestig en tachtig en zelfs boven de negentig. De jeugd trekt naar de stad waar ze hopen op een betere toekomst en inkomsten.

In 1956 waren er nog 17.611 ama in Japan, in 2010 waren het er nog maar 2174. De helft van de huidige ama duikers is actief in Toba-Ise Shima gebied, in de Mie Prefectuur. Doordat mannen ook steeds meer interesse krijgen in het duiken, zijn er nu ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke duikers. Veel ama zijn nieuwelingen uit de stad. Vroeger leerden de vrouwen het duiken van hun moeders en begonnen ze vanaf de leeftijd van 16 jaar. Nu is de leerperiode heel zwaar geworden waarbij de duiker 4 jaar lang door een ervaren ama begeleid wordt.

Japan probeert de traditie van ama duikers op de UNESCO erfgoedlijst geplaatst te krijgen.


Meer informatie over de ama


De fotograaf Yoshiyuki Iwase heeft van 1930 tot 1950 unieke foto's met zijn oude Kodak camera kunnen maken van de ama in zijn geboortedorp (Onjuku).

In 1962 bracht de Italiaanse fotograaf Fosco Maraini het boek The Island of the Fisherwomen uit. Hij was één van de eerste buitenlanders die over de ama schreef. Hij fotografeerde de ama op het eiland Hegura jima. In de zomer van 2015 is er een expositie van zijn foto's in Kyoto.
Foto uit 1965 van een ama
in de Mie prefectuur

De Duitse fotografe Nina Poppe heeft in 2011 foto's gemaakt van de oudere ama aan het werk en in hun rustperiodes. Hiermee geeft ze een beeld van de hedendaagse ama.

De fotografe Marleen Daniëls heeft enige tijd doorgebracht met de ama en heeft hier unieke foto's van gemaakt.

Het Toba Sea-Folk Museum iets buiten Toba (gelegen op het schiereiland Shima) is als enige museum geheel gewijd aan de lokale tradities, cultuur en geschiedenis van de vissers in Toba. Er zijn o.a. oud vissersgerei en boten te zien. Er wordt veel aandacht aan de ama besteed.

In het Osatsu Ama Cultuur Museum in Osatsu (op het schiereiland Shima) kan men kennismaken met de historie en cultuur van de ama en kan men een praatje met ze maken. Een aanzienlijk percentage van de ama woont in Osatsu.

Het Mikimoto Parel Museum op het Mikimoto Parel Eiland is geheel gewijd aan het proces van het cultiveren van parels en het parelvissen. Er zijn ook van parels vervaardigde kunstwerken te zien. Er is hier ook aandacht voor de ama.


___________________________________________________________________________________
Bronnen:



Geen opmerkingen:

Een reactie posten