Startpagina

zondag 12 februari 2017

Gerrit Schouten: De eerste bekende Surinaamse kunstenaar (1779-1839)


Gerrit Schouten, zoon van een Nederlander en een 'kleurlinge', geboren en getogen in het achttiende-eeuwse Suriname, was de eerste Surinaamse kunstenaar die ondanks zijn gemengde achtergrond tijdens zijn leven waardering en erkenning kreeg voor zijn werk. Hij is vooral beroemd geworden om zijn houten kijkkasten, kijkdozen ofwel diorama's van Suriname.

Gerrit Schouten werd in 1779 in Paramaribo, Suriname, geboren. Hij was de zoon van de uit Amsterdam afkomstige Hendrik Schouten, die zich in Suriname vestigde waar hij Commissaris van Kleine zaken (rechter in kleine geschillen) werd en later herbergier. Hendrik nam actief deel aan het culturele leven van Suriname en was ook bekend als dichter (hij had onder meer een grafschrift voor de beroemde Quassie van Timotibo geschreven), uitgever en acteur. Gerrits moeder, Suzanna Johanna Hanssen (achternichtje van de bekende zakenvrouw Elisabeth Samson die in 1764 als eerste vrije zwarte vrouw een wettig huwelijk had gesloten met een witte man), was afkomstig uit een rijke Surinaamse familie en was de dochter van de Duitse plantagehouder Samuel Loseke en de vrijgeboren zwarte vrouw Bettie van Hannibal. Samen met haar broer had ze een opleiding in Nederland genoten.

Gerrit Schouten had twee oudere zussen en twee jongere broers. Hij ging naar school in Paramaribo en trouwde met Maria Helena Zegelaar. Ze kregen een zoon en dochter, Frederik Johannes en Carolina Maria. Schouten wilde kunstenaar worden en leerde het vak helemaal zelf. Tot dan toe waren het meestal Europeanen die zich naast hun beroep toelegden op het vastleggen van de natuur, portretten en landschapen in Suriname.

Schouten verzamelde en tekende planten en dieren en maakte soms ook portretten en prepareerde dieren. Hij werkte lange tijd samen met de Engelse John Henry Lance, rechter in Suriname (die was belast met de naleving van het verbod op de slavenhandel) en botanicus, en maakte een grote collectie botanische aquarellen die o.a. in Londen, San Francisco, Paramaribo, Leiden en Amsterdam worden bewaard. Vanaf 1810 tot zijn dood in 1839 legde hij zich toe op kijkkasten of diorama's (in die tijd 'stukjes', 'kastjes' of 'bakken' genoemd) van papier-maché waarin allerlei Surinaamse scènes, zoals indiaanse dorpen, plantages en slavendansfeesten werden uitgebeeld. Deze kasten werden meestal in opdracht van Europese reizigers gemaakt die deze diorama's als souvenir mee naar huis namen of plantage-eigenaars die hun bezittingen wilden tonen. Ze kostten zo'n 500 euro per stuk, een klein fortuin in de tijd. De meesten kijkkasten kwamen hierdoor in Europa en in het bijzonder in Nederland en Engeland terecht. Schouten heeft ook enkele diorama's in opdracht van koning Willem I gemaakt. Een interessant detail: Gerrits broer Hendrik Samuel maakte in 1809, een jaar voordat Gerrit zich zou gaan toeleggen op het maken van kijkkasten, zijn eerste en ook enige bekende diorama van indianen aan een rivier, getiteld 'Geboetzeerd in Jagtlust'. Jagtlust was de plantage die Hendrik Samuel van zijn grootvader Samuel Loseke had geërfd. Naast papier-maché gebruikte Hendrik Samuel natuurlijke materialen zoals mos en takjes. Klik hier voor de diorama.

Een illustratie van Plantage Jagtlust uit 1872


Volgens de dagboeken van rechter Adriaan Francois Lammens, die vanaf 1816 in Suriname verbleef in de functie van president van het Hof van Civiele Justitie en een bewonderaar was van Schoutens werk, had Schouten het als 'kleurling' moeilijk in de hoge witte kringen van Suriname waarin hij verkeerde. Hij werd nooit echt volledig geaccepteerd. Lammens, die in 1827 trouwde met Schoutens dochter Carolina Maria, was een groot pleitbezorger van Schoutens werk en bezat een grote verzameling van Schoutens botanische tekeningen. Deze gingen door de grote stadsbrand in 1821 verloren. Schouten kreeg voor zijn werk een gouden medaille van koning Willem I opgestuurd. Het uitblijven van enig publiek eerbetoon werd door Lammers als bewijs gezien dat Schouten door zijn kleur niet serieus werd genomen.

Na zijn dood in 1839 raakte Schoutens werk in de vergetelheid. Dit werd mede veroorzaakt door de opkomst van de fotografie. Hierdoor daalde de belangstelling voor botanische tekeningen. Pas 160 jaar na zijn dood werden Schoutens tekeningen voor het eerst tentoongesteld in Paramaribo. Een jaar later werd zijn werk in Nederland in het Teylers Museum in Haarlem getoond.

Plaatsen waar zijn werken worden getoond zijn o.a.: Het Tropenmuseum Amsterdam, Het Rijksmuseum Amsterdam, Museum Het Valkhof te Nijmegen, Museum Bronbeek te Arnhem, Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden (hier zijn de diorama's in opdracht van Willem I te zien), Museon te Den Haag, Staatscollectie Suriname te Paramaribo en de Centrale Bank Suriname.

Het Rijksmuseum heeft aangekondigd dat het in 2020 een tentoonstelling over het Nederlands slavernijverleden zal houden, hierin zullen o.a. diorama's van Gerrit Schouten te zien zijn.


Diorama van de suikerplantage 'Merveille', 1829 (Tropenmuseum Amsterdam):




Diorama van dansende en musicerende Bosnegers, 1819 (Tropenmuseum Amsterdam):




Diorama van dansende en musicerende Bosnegers, 1820 (Tropenmuseum Amsterdam):





Diorama van een Du feest (slavendansfeest), 1819 (Tropenmuseum Amsterdam):




Diorama van een indiaans tafereel, 1820 (Tropenmuseum Amsterdam):




Diorama van een Afro-Surinaams dansfeest, ongedateerd:




Diorama plein te Paramaribo, ongedateerd (Tropenmuseum Amsterdam):




Model Gedenkteken van Gouverneur-Generaal van Suriname Jurriaan Francois Friderici (het origineel ging verloren in de grote stadsbrand van 1821), 1812 (Rijksmuseum Amsterdam):



Boeken over Gerrit Schouten en zijn werk:

- 'Kijkkasten uit Suriname, de diorama's van Gerrit Schouten', door Clazien Medendorp
- 'Gerrit Schouten (1779-1839). Botanische tekeningen en diorama’s uit Suriname', door Clazien  Medendorp


Lees ook:

___________________________________________________________________________________________
Bronnen:




Geen opmerkingen:

Een reactie posten