Startpagina

woensdag 21 september 2016

Wilde paarden wereldwijd

Als men het over wilde paarden heeft, gaat het meestal over verwilderde paarden: paarden met voorouders die ooit tam waren. Een wild paard kan eigenlijk alleen maar wild genoemd worden als zijn voorouders nooit gedomesticeerd zijn geweest. Het enige nog levende wilde paard ter wereld is het Przewalskipaard. Verder zijn er overal ter wereld, zoals in Europa, Azië, Amerika en Afrika verwilderde paarden te vinden die eeuwen geleden zijn vrijgelaten of ontsnapt. In veel gebieden wordt hun voortbestaan bedreigd.




De oerpaarden
Wilde paarden (Equus ferus) behoren tot het soort Equus. Wilde paarden liepen al vanaf het Pleistoceen op de aarde rond. Er zijn twee officieel erkende ondersoorten van het wilde paard: het Europese wilde paard (Equus ferus ferus), ook wel Tarpan genoemd en het Aziatische wilde paard (Equus ferus przewalskii), ook wel Przewalskipaard genoemd. Het gedomesticeerde paard (Equus ferus caballus) is een directe afstammeling van de Tarpan.

De Tarpan
De Tarpan die in Europa en West-Azië voorkwamen, zijn in de negentiende eeuw uitgestorven. De laatst bekende Tarpan stierf in 1909 in een Russische dierentuin. Er zijn pogingen gedaan om de soort terug te fokken. Hier kwamen de Konik en het Heckpaard uit voort. Deze hebben echter aantoonbaar tam bloed in zich en zijn daarom geen wilde paarden te noemen.

Het enig overgebleven wilde paard ter wereld
Het Przewalskipaard is het enige wilde paard ter wereld*. In het Mongools wordt het Takhi (wat vuur betekent) genoemd. Zijn vacht is isabelkleurig of beige met een aalstreep. Het komt voor op de steppes van Centraal Azië, grotendeels in het Nationaal Park Hustai, maar ook in de Gobiwoestijn in Mongolië. Het is de neef van de zebra en de wilde ezel. Zo'n 120.000 tot 240.000 jaar geleden scheidden de Przewalskipaarden zich van de voorouders van de gedomesticeerde paarden. Ze zijn de enige link tussen de eerste paarden (hyracotherium) die in de prehistorie (het Pleistoceen ) leefden en de gedomesticeerde paarden. Volgens de legendes heeft alleen de Mongoolse heerser Dzjengis Khan ooit gedurfd om op een Przewalskipaard te rijden. Zijn naam heeft hij te danken aan de wetenschapper Kolonel Nikolai Przewalski die het paard in 1878 als eerste westerling beschreef. Hij werd echter al veel eerder, in de veertiende eeuw, gezien door de Duitse wereldreiziger en schrijver Johann Schiltberger die toen als gevangene van de Mogolheerser Timur (ook wel bekend als Tamerlane) door Mongolië reisde.

Door de jacht, verlies aan waterbronnen door vee en het verlies aan leefgebied waren de Przewalskipaarden bijna uitgestorven. Het kleine aantal gevangen paarden had maar net de Tweede Wereldoorlog overleefd. In 1969 werd het laatste Przewalskipaard in het wild gezien. Tot de jaren negentig werd het Przewalskipaard als uitgestorven beschouwd tot er in de jaren negentig een exemplaar in het wild werd gezien. Er zijn Przewalskipaarden in gevangenschap gefokt die afstammen van 12 paarden: Elf veulens werden er in 1900 en één merrie werd in 1947 gevangen. De nakomelingen werden weer in de natuur losgelaten en nu lopen er wereldwijd 300 exemplaren in het wild rond. Rond de 1500 Przewalskipaarden worden er in fokprogramma's ingezet en in dierentuinen gehouden. De soort wordt nog steeds met uitsterven bedreigd.

Doordat de bestaande paarden maar uit 12 voorouders voortgekomen zijn, zorgt dit voor veel problemen. De geringe genetische diversiteit zorgt voor velerlei aandoeningen.

In de volgende reservaten lopen er ook nog Przewalskipaarden rond: Le Villaret, Frankrijk; Buchara, Oezbekistan; Het Nationale Park Hortobágy, Hongarije, en de verboden zone van Tsjernobyl, Oekraïne.

In 2013 werd voor het eerst een Przewalskipaard d.m.v. kunstmatige inseminatie geboren. Dit was een doorbraak voor het behoud van de soort en de verbetering van de genetische diversiteit.

*Uit een recent onderzoek van 'Le Centre national de la recherche scientifique' (Het Franse Nationale Wetenschappelijk Onderzoekscentrum), op 22 februari 2018 gepubliceerd in Science, zou uit DNA-onderzoek blijken dat het Przewalskipaard afstamt van het oudst bekende gedomesticeerde paard, het Botai-paard uit Kazachstan. Dit zou dus betekenen dat het Przewalskipaard helemaal geen wild paardenras is, maar de oudste nog bestaande afstammeling van de eerste gedomesticeerde paarden. De Przewalskipaarden zouden zijn ontsnapt en verwilderd geraakt.


De verwilderde paarden
Verwilderde paarden komen in de hele wereld voor. De voorouders van deze paarden waren meestal gedomesticeerde paarden die in de steek werden gelaten, losgelaten of ontsnapt waren. In veel gebieden worden ze niet als een inheems diersoort beschouwd en zorgt hun aanwezigheid voor veel controverse. De voorstanders vinden dat ze deel uitmaken van het nationaal erfgoed en gekoesterd moeten worden. De tegenstanders beschouwen ze als overlast voor het ecosysteem en zien ze het liefst verdwijnen.

Een greep uit verwilderde paarden per land:

Engeland


De Exmoor pony
Dit ras is pas de laatste 15 jaar bekend geworden. Dit is een ponyras dat uit Exmoor in Engeland komt. De pony's leven half wild in het Nationale Park van Exmoor. Ze hebben een lichte tot donkerbruine vacht met zwarte accenten en een lichte snuit (meelsnuit). Unieke kenmerken van dit ras zijn de zware bovenste oogleden die ze tegen regen, sneeuw en wind beschermen en de winterstaart (met korte steile haren aan het begin) die de regen en sneeuw naar beneden laat glijden. Het heeft in de winter een extra dikke gelaagde vacht. Het is een geharde, robuuste pony die aangepast is aan de moeraslanden en waterrijken gebieden. Hij is winterhard en hoeft niet bijgevoerd te worden. Na de Tweede Wereldoorlog was het ras bijna helemaal verdwenen. Nu bestaan er wereldwijd zo'n 2000 exemplaren. Ze worden nu gefokt en jonge hengsten die niet aan de rasstandaard voldoen, worden gecastreerd. Uit archeologische vondsten van 60.000 jaar geleden concludeert men dat ze afstammen van één van de oerpony's die in het Pleistoceen voor het eerst voet zetten in Engeland voordat het een eiland werd. Ze werden vroeger in de landbouw gebruikt en om vee te hoeden. In Nederland (o.a. in Brabant en Friesland) worden ze vooral voor de begrazing van natuurgebieden gebruikt.

De wilde Welsh pony of Carneddau pony
Een groep van ongeveer 180 pony's leeft in halfwilde staat in de heuvels van Wales (de Carneddau mountains in Snowdonia). Men neemt aan dat ze van de prehistorische Keltische pony afstammen. Door het strenge klimaat, schaarste aan voedselbronnen en gebrek aan schuilplaatsen zijn het geharde pony's geworden. Ze zijn in de loop van de tijd gekruist met Arabieren (die werden meegenomen tijdens de Kruistochten). Koning Hendrik VIII gaf het bevel om ze te vernietigen, omdat ze geen ridder in harnas konden dragen. De boeren in de heuvellanden hebben er voor gezorgd dat ze behouden bleven. Ze werden op boerderijen ingezet voor velerlei taken zoals het ploegen, transport en om de boer en zijn gezin te vervoeren. Ze werden ook in de mijnen gebruikt. Uit DNA-onderzoek uit 2012 blijkt dat de Welsh pony's eeuwen geïsoleerd geleefd hebben in de Carneddauheuvels. Ze hebben hierdoor unieke genen ontwikkeld, waardoor ze aanzienlijk verschillen van het geografisch dichtstbijzijnde ponyras, de Welsh Mountain pony. Hun aantal is aanzienlijk gedaald door de zware sneeuwval in de lente van 2013. Ze worden met uitsterven bedreigd. Doordat ze de heuvels begrazen, zorgen ze voor een ecosysteem dat geschikt is voor vele zeldzame vogelsoorten zoals de Alpenkraai. Ze zijn officieel eigendom van een aantal boerderijen op Carneddau. Ze zijn gechipt en worden één keer per jaar bijeengedreven om hun gezondheid te controleren, geteld te worden, inteelt te voorkomen en een aantal pony's wordt ook verwijderd en verkocht om de grootte van de kudde in toom te houden.


Frankrijk

De Camargue
De Camargue is een heel oud paardenras uit het moerasgebied de Camargue in Zuid-Frankrijk. Deze kleine paarden behoren waarschijnlijk tot één van de oudste paardenrassen ter wereld. Technisch gezien zijn het pony's. Hun oorsprong is nog niet helemaal duidelijk. Ze zijn nauw verwant aan de prehistorische paarden waarvan resten in Zuid-Frankrijk gevonden zijn. Ze worden ook wel De paarden van de zee genoemd, omdat ze graag in de zee rennen. Bij de geboorte is hun vacht donkerbruin of zwart. Tegen het vierde jaar wordt hun vacht grijs tot wit. Ze leven waarschijnlijk al duizenden jaren in het moerasgebied aan de monding van de Rhône rivier. Het zijn geharde paarden die tegen moeilijke weersomstandigheden en lang zonder voedsel kunnen. Ze lopen vrij rond in half wilde staat. De Franse gardians (veehoeders) hoeden de paarden, houden ze in de gaten en berijden ze (alleen de hengsten) als ze de zwarte runderen hoeden. Het voortplanten gaat over het algemeen op een natuurlijke manier, maar wordt nauw in de gaten gehouden door onderzoekers om de raszuiverheid te bewaren.




Portugal

De Sorraia
De wetenschapper en paardenspecialist Dr. Ruy d'Andrade heeft dit paardenras in 1920 ontdekt in het gebied bij de rivier Sorraia (daar komen de rivieren Sor en Raia samen) in Centraal Portugal. Hij heeft ervoor gezorgd dat ze behouden zijn gebleven door er een aantal van lokale boeren te kopen. Hierdoor zijn er bij sommige mensen twijfels gerezen of er nog wel sprake is van de wilde Sorraia. De lokale bewoners noemen ze ook wel zebro of zebra door hun opvallende strepen. De exemplaren die nog rondlopen hebben 12 voorouders die Ruy d'Andrade heeft kunnen behouden. Volgens genetische onderzoeken zijn deze paarden directe afstammelingen van het inheemse Zuid-Iberische paard. Daarnaast blijken ze verwant te zijn aan de uitgestorven wilde Tarpan. Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de verwantschap met Noord-Afrikaanse rassen. Sorraia hebben een stevig, compact lichaam. Ze hebben meestal een donkerbruine tot lichtbruine kleur met een aalstreep. De manen en staart hebben meerdere kleuren. Veulens hebben bij de geboorte vaak zebrastrepen. Uit DNA-onderzoek blijkt dat de Amerikaanse mustang verwant is aan de Sorraia. De Spaanse en Portugese kolonisten hebben de Sorraia waarschijnlijk naar Amerika verscheept.

Er zijn nog maar ca. 200 Sorraia over. De meesten zijn in privébezit en mogen niet meer vrij in het wild rondlopen. Ze werden door de eeuwen heen geregeld gevangen en gebruikt door lokale boeren voor het hoeden van vee en de landbouw. Er is sinds 2003 een klein reservaat, Vale de Zebro, in zuidwest Portugal, waar ze vrij mogen rondlopen. Hier leven ze volledig vrij. Ze worden niet bijgevoerd en menselijk ingrijpen is tot een minimum beperkt. Er zijn ook exemplaren naar Duitsland en Noord-Amerika (o.a. naar Manitoulin Island in Ontario) gebracht in een poging om het ras daar in stand te houden. Door de geringe genetische diversiteit hebben de paarden een hoog risico op erfelijke aandoeningen.

De Garrano
Dit is een klein paardenras dat in Noord-Portugal en het Spaanse Galicië voorkomt. In Spanje worden ze Faco galego genoemd. Ze leven vrij in de bergen van het Nationale Park Peneda Geres. Hun kleur is kastanjebruin of voskleurig. Ze werden vroeger gebruikt als transportmiddel en in de landbouw, maar nu worden ze bijna niet meer gebruikt doordat de landbouwactiviteiten in het gebied drastisch zijn gedaald. Er zijn ongeveer 1500 exemplaren over. De wolf vormt een bedreiging voor hun aantal. In de winter grazen ze in de lagere gebieden van de bergen en in de zomer in de hogere gedeelten.

Uit grottekeningen uit de omgeving kan men afleiden dat ze al vanaf de prehistorie in het noordelijke deel van het Iberische Schiereiland rondlopen. Ze zijn waarschijnlijk in de IJstijd uit Noord-Europa (Engeland) weggetrokken naar Portugal. Ze zijn de voorouders van de Andalusiër en de Galicische pony. In de twintigste eeuw zijn ze in opdracht van het Portugese Ministerie van Landbouw ook nog gekruist met de Arabische volbloed. Dit zorgde ervoor dat ze hun primitieve trekken enigszins hebben verloren.


Spanje

De Marismeño
Deze paarden komen oorspronkelijk in de moerassen van de Guadalquivir Rivier voor. Marismeño betekent paarden van de moerassen. Deze paarden worden met uitsterven bedreigd. Ze leven nu voornamelijk in het Nationale Park Doñana in Huelva (in Andalusië), Spanje. Ze tonen veel overeenkomsten met de Sorraia. Ze werden eerst niet als ras erkend. Dit gebeurde pas in 2003.

Het Retuertapaard
Deze paarden zijn in 2012 en 2014 geherintroduceerd in het wild in het kader van een Europees programma (o.a. in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds en de Nationale Postcode Loterij) dat tot doel heeft Europa te verwilderen (Rewilding Europe). Een aantal leeft in de moerassen van het Nationale Park Doñana in Huelva en een aantal in het biologische reservaat Campanarios de Azaba in Salamanca in West-Spanje. De naam retuerta refereert aan de overstromingsgebieden in het Nationale Park Doñana waar ze oorspronkelijk vandaan komen.Er zijn nog maar 150 exemplaren met de oorspronkelijke genen over. Genetisch komen ze sterk overeen met de wilde paarden uit prehistorische tijden die op het Iberische Schiereiland rondliepen. Ze werden 2000 jaar geleden door de Romeinen gedomesticeerd en werden vervolgens in de landbouw gebruikt. Meer geschikte paardenrassen namen het uiteindelijk van hen over. Uit onderzoek blijkt dat het één van de oudste paardenrassen in Europa en misschien zelfs van de wereld is. Het blijkt dat dit ras genetisch geen enkele overeenkomst toont met andere paardenrassen. Ze leven geheel vrij in het wild, maar gezien hun kleine aantal zal er voorlopig ingegrepen worden als het nodig is.


Polen en Wit-Rusland

De Konik
De Konik is een klein half wild paard (pony) dat oorspronkelijk uit Polen en Wit-Rusland komt. De naam Konik betekent klein paard. Ze hebben een lichtbruine vacht. Het zijn geharde, robuuste paarden die in moerassen en waterrijke gebieden kunnen leven zonder last van hoefrot te krijgen. Het paard zou een afstammeling van de uitgestorven wilde Tarpan zijn. Hier zijn echter geen harde bewijzen voor. Uit DNA-onderzoek blijkt dat hij verwant is aan gedomesticeerde paardenrassen. Boeren zouden de laatste Tarpans hebben gevangen en met hun werkpaarden hebben gekruist, hieruit zou de Konik zijn ontstaan. Ze werden tot de negentiende eeuw gebruikt in de landbouw, maar meer geschikte paarden namen het werk over. Hierdoor kwam het ras in gevaar. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd er een reservaat voor deze paarden opgezet en kwamen er fokkerijen (waaronder die in Nederland één van de belangrijkste zijn) om het ras te behouden. Er zijn nu kleine groepen Konikpaarden in reservaten in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Nederland (de Oostvaardersplassen). Ze worden gebruikt om de ecosystemen in deze landen in te herstellen.



Roemenië

De wilde paarden van de Donaudelta
De Donaudelta in Roemenië is het één na grootste moerasgebied van Europa en staat op de werelderfgoedlijst. De kleine paarden uit de Donaudelta horen hier al eeuwen thuis en zijn regelmatig gevangen en getemd door de lokale boeren. Toen de collectieve boerderijen in 1990 gesloten werden, nam hun aantal toe doordat boeren hun paarden vrij lieten en lieten verwilderen. Er zijn toen vele paarden naar Italië geëxporteerd voor de vleesconsumptie. Nu zijn er ongeveer 4000 paarden overgebleven. Hun lot is onzeker. Ze eten alles wat op hun weg komt en hierdoor gaan er bijzondere planten- en bloemensoorten in de bossen van Letea verloren. Ze zijn een bedreiging voor de vegetatie. Veel natuurbeschermers willen daarom dat ze verdwijnen uit het gebied. Er worden pogingen gedaan om hun voortplanting te beïnvloeden door ze anticonceptie-injecties te geven.


Ethiopië

Het Kundudopaard
Het Kundudopaard leeft op het Kundudoplateau in de Oromia regio van Ethiopië. 
Het is het oudst bekende verwilderde ras in Afrika en het enige wilde paardenras in Oost-Afrika. Er is weinig bekend over de historische achtergrond van het ras. De lokale bewoners denken dat de paarden een overblijfsel zijn van de oorlog tussen de christenen en de moslims van 1528 tot 1560. De berg werd gebruikt als strategische plek door één van de militaire leiders. Toen er in 2011 onderzoek gedaan werd naar het ras, werden er nog maar 11 exemplaren op het Kundudoplateau aangetroffen. In 2010 waren het er nog 18. Doordat de lokale bevolking de paarden probeert te temmen en er een grote vraag naar de veulens is, wordt het ras bedreigd. Het Ethiopische Instituut voor Biodiversiteit probeert het ras nu te behouden. Uit voorzorg wordt nu de sperma ingevroren, zodat het voortbestaan van het ras veiliggesteld kan worden.


Namibië

Het Namibische woestijnpaard
Dit zeldzame paardenras is te vinden in de Namibische woestijn in Namibië, Afrika. Er zijn ongeveer 90 tot 150 exemplaren van over. Ze zijn meestal donkerbruin van kleur. Ze verkeren over het algemeen in goede conditie, behalve in tijden van extreme droogte. Ze leven hier ongeveer 100 jaar. De meest waarschijnlijk theorie over hun afkomst is, dat hun voorouders Duitse en Zuid-Afrikaanse militaire paarden waren die in de chaos van de Eerste Wereldoorlog achtergelaten zijn. Ze hebben al die tijd kunnen overleven doordat er een waterbron in de buurt is. Daarnaast leven ze in vrijwel onbewoond gebied, waardoor er nooit op ze gejaagd is of ze nooit gevangen genomen zijn. Ze hebben jarenlang uit het zicht van de mens kunnen leven, daarom worden ze ook wel spookpaarden genoemd. Nu het gebied bij het grootste wildpark van Afrika hoort, het Namib-Naukluft National Park, komen ze meer in contact met mensen. Het beleid is zo weinig mogelijk menselijke bemoeienis. Alleen als ze het erg moeilijk hebben, worden ze ondersteund. Doordat ze in droge tijden worden bijgevoederd, zijn ze niet meer zo wild.


Japan

De Misakipony
Dit is een inheems Japans ponyras dat waarschijnlijk 2000 jaar geleden vanuit China naar Japan gekomen is. Misaki betekent kaap. De pony's leven namelijk op Kaap Toi op het eiland Kyūshū waar ze veel toeristen aantrekken. Ze zijn meestal roodbruin of zwart, hun hoofd is opvallend groot in verhouding met de rest van het lichaam. Dit ras werd voor het eerst in 1697 genoemd toen de familie Akizuki wilde paarden ving. Sindsdien vielen ze onder het beheer van deze familie. Ze lopen vrij rond en worden medisch gecontroleerd, hengsten worden zo nodig gecastreerd als ze niet aan de rasstandaard voldoen. Ze zijn officieel een Nationale Natuurschat. Ze worden gezien als het wildste paarderas in Japan. Er zijn nog maar 100 exemplaren over. Mensen hebben weinig pogingen gedaan om ze temmen, omdat het erg wilde pony's zijn.


Canada

De wilde paarden van Chilcotin
De echt wilde paarden in Noord-Amerika zijn aan het eind van de IJstijd uitgestorven. De eerste paarden die naar Canada werden verscheept kwamen samen met de kolonisten in de zestiende eeuw uit Spanje. Alle verwilderde paarden stammen af van Europese paarden.

In het Chilcotin gebied, in Brits-Columbia, lopen zo'n 2000 tot 3000 wilde paarden rond. Ongeveer 40 procent woont in het Elegesi Qayus Wild Horse Reservaat. Er wordt algemeen aangenomen dat deze paarden van Spaanse voorouders afstammen. Uit onderzoek blijkt echter dat de 150 tot 200 paarden uit de Brittany Triangle (een groot plateau met bergachtig gebieden) die erg geïsoleerd leven, afstammelingen van het Canadese paard (dat uit Frankrijk stamt) en voor een kleiner deel van het Jakoetpaard uit Oost-Siberië zijn. De Canadese regering weigert deze paarden als ras te erkennen en ze het recht te geven in het gebied te verblijven. Er mag daarom gewoon op ze gejaagd worden. De inheemse bewoners van het gebied, de Tsilhqot’in, hebben volgens de wet het recht om op de paarden te jagen en ze te vangen voor hun huid en pels. Verschillende belangenorganisaties blijven vechten voor hun erkenning als inheems ras.

De Sable Island pony's
Het Sable Island paard of soms ook wel Sable Island pony genoemd, leeft op Sable Island aan de kust van Nova Scotia. Het is een klein paard, heeft vaak het formaat van een pony, maar heeft enkel voorouders die paard waren. De helft van het ras heeft een rode vacht en verder hebben ze een polominokleur of zwart. Er zijn ongeveer 550 paarden, maar dit aantal schommelt elk jaar. De eerste paarden werden in de achttiende eeuw op het eiland losgelaten en werden wild. Men denkt dat hun voorouders paarden waren die de Britten van de Fransen hadden afgenomen toen deze in de achttiende eeuw werden gedeporteerd. Deze paarden waren Bretons, Andalusiërs en Normandische cobs. Later kwam er nog andere exemplaren bij. Ze werden eerst gebruikt om mee te patrouilleren en reddingsboten aan de kant te trekken.

Doordat ze voor het vlees (in hondenvoer) en privégebruik werden gevangen, waren ze tegen 1950 bijna uitgestorven. Biologen beweerden dat ze de natuur van het eiland beschadigden en stelden voor om ze van het eiland te verwijderen. De Canadese regering wilde ze in de kolenmijnen inzetten of laten slachten voor het vlees (in hondenvoer). In de jaren zestig van de vorige eeuw schreven schoolkinderen in heel Canada brieven naar de regering met het verzoek om ze te sparen. Dit had succes en ze werden bij wet beschermd en werden zelfs het officiële paard van Nova Scotia. Ze worden niet beheerd en zijn wettelijk beschermd tegen bemoeienis van de mens. Ze worden wel geobserveerd. Ze leven op Sable Island en in het Shubenacadie Wildlife Park op het vasteland van Nova Scotia.


de Verenigde Staten

De Mustang 
De naam mustang komt van het Mexicaans-Spaanse woord mestengo dat zwerfdier betekent. De Mustang is een vrij in het wild levend paard op het grasland van het Westen van Amerika. Ze kunnen elke vachtkleur hebben, maar zijn meestal roodbruin of kastanjekleurig. Ze leven in de staten Montana, Idaho, Nevada, Wyoming, Utah, Oregon, California, Arizona, North Dakota en New Mexico. Er leven echter ook Mustangs op eilanden aan de Atlantische kust ( zoals Sable, Shackleford, Assateague en de Cumberland Eilanden). Honderd jaar geleden leefden er nog 200.000 mustangs in Noord-Amerika nu zijn het er minder dan 25000.

De Mustang stamt af van de Spaanse paarden die door de kolonisten in de zestiende eeuw naar Amerika gebracht zijn. In 1971 erkende het Amerikaans Congres ze als historisch erfgoed van het Westen van de VS. Hun genetische verwantheid aan de Spaanse paarden verschilt sterk per individu. Vooral bij geïsoleerd levende kuddes tonen de genen grote overeenkomst met het Spaanse paard. Andere kuddes zijn echter een mix van verschillende paardenrassen, zoals bijvoorbeeld de American Quarter Horse die door de pioniers werd gebruikt. Ze hebben geen natuurlijke vijanden. Hun aantal wordt beheerst door regelmatig paarden te verwijderen en te verkopen aan privé-eigenaren. Doordat er te veel paarden worden verwijderd, kunnen ze niet allemaal geadopteerd worden en leven er velen in tijdelijke gevangenschap zonder veel kans op adoptie. Daarnaast is men bang dat er velen als paardenvlees eindigen. Er zijn voorstellen gedaan om anticonceptie in te zetten.

Het Bankerpaard
Het Bankerpaard, ook wel Shackleford pony, Ocracoke pony of Corolla genoemd, leeft al eeuwen op de Outer Banks-eilanden in North-Carolina. Het is een klein gehard paard dat afstamt van de Spaanse paarden die door kolonisten werden meegebracht in de zestiende eeuw. Ze kunnen elke kleur hebben, maar zijn meestal bruin, kastanjekleurig of voskleurig. Het zou kunnen dat ze verwilderd zijn doordat ze op de eilanden terecht zijn gekomen na schipbreuken (dit gebied werd ook wel de begraafplaats van de Atlantische Oceaan genoemd) of doordat ze achtergelaten zijn door ontdekkingsreizigers. Een andere theorie is dat schepen in zwaar weer hun zware lasten, in dit geval de paarden, loosden.

Ze worden niet beschouwd als een inheems diersoort, maar mogen op de eilanden blijven wegens hun historische betekenis. Er zijn nog ongeveer 250 paarden over. Ze worden in de gaten gehouden door de staat Carolina en een aantal particuliere organisaties. Hun aantal wordt binnen de perken gehouden, inteelt en overbegrazing wordt voorkomen. Ze worden medisch gecontroleerd op besmettelijke ziektes, de overtollige paarden worden ter adoptie aangeboden en er wordt aan geboortebeperking gedaan.

De Chincoteague of Assateague pony
De jaarlijkse Pony Penning
Alhoewel ze Chincoteague pony's worden genoemd, leven ze op Assateague Island in de staten Virginia en Maryland. Ze zijn klein van stuk en worden daarom ook wel pony's genoemd. Ze hebben echter alleen paarden als voorouders. Hun kleine formaat is te wijten aan de voedingsarme grond van het eiland. Ze leven van de zoute moerasplanten en eten de hele dag door om genoeg voedingsstoffen binnen te krijgen. Door het zout drinken ze twee keer zoveel als normale paarden. Hierdoor ziet hun buik er opgezwollen uit. Deze factoren in combinatie met inteelt zorgde ervoor dat ze misvormingen aan de botten hadden, voordat ze gekruist werden met andere rassen. Door deze kruising zijn er variaties in hun uiterlijk te zien. Ze kunnen elke kleur hebben, maar zijn vaak gedeeltelijk wit gecombineerd met een andere kleur.

Een populaire theorie over hun herkomst is dat ze schipbreuken hebben overleefd. Het is echter veel waarschijnlijker dat ze in de zeventiende eeuw op het eiland werden uitgezet door kolonisten om belasting te ontduiken. De pony's leven in twee groepen die van elkaar gescheiden zijn door een hek. De ene kudde leeft in Maryland en de andere kudde in Virginia. In totaal zijn er 150 paarden. In Maryland worden ze beheert door National Park Service en is er geen bemoeienis van buitenaf, behalve dat er aan geboortebeperking wordt gedaan. In Virginia zijn ze in het bezit van de vrijwillige brandweer en worden ze twee keer per jaar medisch gecontroleerd. In 1835 begon het gebruik van de Pony PenningDit gebruik bestaat tot op de dag van vandaag nog steeds. De pony's worden dan bijeengedreven en verkocht op het vasteland. Elke laatste donderdag van juli wordt een aantal paarden geveild, hier komen tienduizenden belangstellenden op af. De opbrengst kom ten goede aan de vrijwillige brandweer.




De wilde paarden van Cumberland Island
Deze paarden leven op Cumberland Island in de staat Georgia. Er zijn ongeveer 150 tot 200 paarden. Een populaire mythe over hun afkomst is, dat ze in de vijftiende eeuw samen met de Spaanse ontdekkingsreizigers zijn gearriveerd. Deze hadden hier een fort en enkele missieposten. Toen de Spanjaarden zich terugtrokken, zouden ze de paarden hebben achtergelaten. Het is echter waarschijnlijker dat ze in 1736 gearriveerd zijn met de Engelsen die hier een kolonie stichtten. Het eiland was heel lang in gebruik als katoenplantage. De paarden werden als werkpaarden ingezet. De eigenaar van het gebied gaf toestemming ze te vangen en te kopen. Waarschijnlijk was er jaarlijks een penning (veiling) zoals op Assateague Island. Later werden er velen voor de cavalerie gevangen. Er gaan verhalen de ronde dat ze later voor het vlees zijn gevangen.

Er zijn pogingen gedaan om het ras te verbeteren door ze te kruisen met o.a. Arabieren,de Paso Fino en de Tennessee Walking Horse. In de jaren zeventig kwam het eiland in handen van Natuurbeheer en sindsdien wordt de invloed van de paarden op de natuur in de gaten gehouden. Ze hebben een lage levensverwachting door de vele ziektes en het ruige terrein waarop ze leven. Ze worden door velen als overlast gezien voor de natuur van het eiland. Door het vele grazen, is het eiland onderhevig aan erosie en krijgt de storm vrij spel. Daarnaast vertrappelen ze met hun hoeven de bodem, waardoor de groei van vegetatie bemoeilijkt wordt. Onderzoekers hebben voorgesteld om hun aantal te verminderen, maar dit kan weer nadelige invloed hebben op het ras doordat er dan meer kans op inteelt is. Het toedienen van anticonceptie is door de moeilijk toegankelijke bosrijke plekken heel problematisch. Er is tussen verschillende belangengroepen nog veel verschil van mening over wat er met de paarden moet gebeuren.


de Bahama's

De Abacoberbers
Deze wilde paarden leven op het eiland Abaco op de Bahama's. Volgens DNA-onderzoek zijn het afstammelingen van het zeldzame Spaanse berberpaard. Dit is ook terug te zien in het aantal lendenwervels, namelijk 5 in plaats van 6 zoals de meeste paarden.De Spaanse berbers komen oorspronkelijk uit Noord-Afrika en zijn door de Moren naar Europa gebracht. Een interessant kenmerk zijn de witte vlekken die deze paarden vaak hebben. Dit wijst op nog andere voorouders dan alleen de Berbers. Hun voorouders werden door Spaanse ontdekkingsreizigers en handelaren meegebracht die richting het Caraïbische gebied en Noord- en Zuid-Amerika voeren. Waarschijnlijk zij het de overlevers van schipbreuken. Door de bosrijke omgeving van Abaco eiland hebben ze het overleefd.

In de jaren zestig kwam er door de aanleg van een weg een einde aan hun ongestoorde bestaan. Er verschenen vervolgens jagers met honden die op wilde zwijnen joegen. De honden zagen de paarden als aantrekkelijk prooi. Ze werden ook voor het vermaak gedood. Hierdoor kwam de kudde in gevaar. Hun aantal daalde van 200 tot 3 in 1970. Ze werden vervolgens op een boerderij opgevangen en pas weer vrijgelaten toen de kudde weer aangegroeid was tot 12 paarden. Uiteindelijk groeide de kudde uit tot 35 paarden.

Vanaf 1999, toen de orkaan Floyd had huisgehouden en de hele leefomgeving had vernietigd, ging het weer slecht met de kudde. Ze trokken naar de nabije omgeving van de boerderijen waar ze zich tegoed deden aan bananenplanten, suikerriet en gras dat voor vee bedoeld was. Hierdoor kregen ze aandoeningen waaronder overgewicht en hoefproblemen en werden onvruchtbaar. In 2002 is er een reservaat voor de paarden opgericht waardoor ze meer kans op overleven hebben. In 2014 waren er nog maar 14 exemplaren over.


Brazilië

De Lavradeiros
Dit paard is een belangrijk symbool van de Braziliaanse deelstaat Roraima. Dit kleine paardenras leeft op de Roraima Tafelberg van Brazilië op de grens met Venezuela. Hun kleur kan bruin, donkergrijs of rood zijn. Het landschap bestaat uit prairies en grasland met een lage voedingswaarde. De Lavradeiros eten van alles, maar vooral cashewnoten. Doordat het een moeilijk toegankelijk gebied is, hebben ze vrijwel geen contact met de mens.

Hun voorouders zijn hier rond 1718 heengebracht door de Portugese kolonisten. Ze stammen af van de Andalusiër. Ze werden gebruikt om op boerderijen te werken. Ze zijn uiteindelijk vervangen voor meer geschikte paarden. Het aantal is van 4000 naar 200 gedaald. Ze zijn met uitsterven bedreigd door de ontbossing en de verbranding van land. Daarnaast mengen ze zich met andere rassen. Ze zijn in staat om met grote snelheid (60 kilometer per uur) lange afstanden af te leggen. Ze doen dit in tijden van droogte om waterbronnen te vinden. Doordat ze resistent zijn tegen de meeste ziekten, zijn ze voer voor wetenschappers. Men wil door middel van het invriezen van sperma het ras proberen te behouden.


Australië

De Brumby
De Brumby komen in meerdere gebieden in Australië voor, maar de bekendste kudde is in de Australische Alpen, in het zuidoosten van Australië. Het grootste aantal is in het noordelijke deel van Australië te vinden. Er zijn tussen de 300.000 en een miljoen exemplaren. Australië heeft waarschijnlijk de grootste wilde paardenpopulatie ter wereld. Ze zijn de afstammelingen van ontsnapte en losgelaten paarden van de eerste kolonisten (achttiende eeuw). Ze stammen af van de Capers uit Zuid-Afrika, Timor pony's uit Indonesië, Britse pony- en paardenrassen en Arabieren.

Ze worden regelmatig gevangen om als werkpaarden op boerderijen te dienen of voor de sport of show. Volgens sommigen zouden ze een bedreiging zijn voor de zeldzame en kwetsbare vegetatie en is het land onderhevig aan overbegrazing. Ze maken hekken kapot en vervuilen waterbronnen. Er zijn echter ook veel mensen die vinden dat ze bij het culturele erfgoed horen. Ze worden regelmatig geruimd door ze vanuit helikopters dood te schieten en naar de slacht te brengen voor hun vlees en haren. Door de vele protesten kijkt de regering naar alternatieven voor deze manier van ruimen.


Nieuw Zeeland

Het Kaimanawa paard
In de negentiende eeuw werden Exmoor pony's in Nieuw Zeeland geïmporteerd. Deze werden gekruist met lokale paarden. Hieruit kwam de Carlyon pony voort. Deze Carlyon pony's werden met een Welsh ras gekruist en hieruit kwam het Comet ras voort. Rond 1870 werden er een Comet hengst en een paar merries losgelaten op de Kaingaroa vlaktes op het Noordereiland. In de daarop volgende jaren droegen andere weggelopen en ontsnapte rassen bij tot de bloedlijn van deze paarden. Er zijn in 1941 cavaleriepaarden losgelaten, omdat deze droes (een besmettelijke paardenziekte) hadden. Er schijnen in de jaren zestig van de vorige eeuw ook een aantal Arabieren losgelaten te zijn. Door deze grote genetische variatie zijn ze groter dan hun ponyvoorouders. Elke vachtkleur en tekening is toegestaan. Ze staan bekend om hun kalmte en nieuwsgierigheid, karaktertrekken van het Comet ras.

Door landontwikkeling, menselijke activiteiten en de jacht is hun aantal sterk gereduceerd. De Kaingaroa vlaktes vormen een uniek natuurgebied met een bijzondere, zeldzame en met uitsterven bedreigde vegetatie. Om te voorkomen dat de Kaimanawapaarden het natuurgebied kunnen beschadigen, worden ze in sommige gebieden geweerd en mag de kudde het aantal van 300 niet overstijgen. Elk jaar in april worden de paarden bijeengedreven en geteld. De gespeende paarden en éénjarigen worden gevangen en ter adoptie aangeboden. De oudere paarden worden binnen hekken gehouden om aan gevangenschap te wennen. Deze worden uiteindelijk ter adoptie aangeboden of geslacht. Om de slacht te voorkomen worden er experimenten gedaan met anticonceptie.


Kijk hier naar het jaarlijkse bijeendrijven van de Kaimanawapaarden:







_____________________________________________________________________________________________

Bronnen:


  • Foto inleiding Ekainberri grot:Door Xabier Eskisabel [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Przewalskipaard in Mongolië:By Chinneeb (Own work) [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) or GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html)], via Wikimedia Commons
  • Exmoor pony's: Door David Masters (Exmoor Ponies) [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto wilde Welsh pony:Adrian Perkins [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Sorraia hengst: Door Selona (Eigen werk) [CC BY 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Garranopaard: Door Garrano-02.jpg: Maria Lemos from Porto, Portugal derivative work: JotaCartas (Overleg) (Garrano-02.jpg) [CC BY-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Retuertapaarden: https://www.flickr.com/photos/jakescreations/8690813451/in/photolist-iZc1i-oLgNJq-eeYFb6-9jGZUq-zeDq3-ef5pJ3-7R3ta-eeYFGt-pqES8j-2RqbM-2mR4QF-eeYG4e
  • Foto Konik paard: Door Lilly M (Eigen werk) [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Wild paard uit de Donaudelta: https://www.flickr.com/photos/65798313@N06/13030732784/in/photolist-cmGMJU-kRtUSC
  • Foto Kundudopaarden: Door Marcoetio (Eigen werk) [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) undefined GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html)], via Wikimedia Commons
  • Foto Namibische woestijnpaarden: Door Gerald de Beer (Flickr: NamWCp-239) [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Misakipony's uit Japan: Door JKT-c (Eigen werk) [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) undefined CC BY 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Sable Island pony's: HiFlyChick at en.wikipedia [CC BY 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Mustangpaarden in Dakota: Door Sandysphotos2009 (originally posted to Flickr as 20100107_16) [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Bankerpaarden: By Kevincollins123 (Own work) [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto paarden op Cumberland Island: Door Linda [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Brumby paarden:: By Robyn MacRae (Tumbarumba Brumby group) [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons
  • Foto Kaimanawapaarden: By Natalia Volna itravelNZ@ travel app [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons

1 opmerking: