donderdag 5 november 2015

The Elizabethan Strangers: Nederlandse en Belgische politieke vluchtelingen in Engeland

Niemand minder dan de beroemde toneelschrijver William Shakespeare maakte zich in de zestiende eeuw druk om de asielzoekers die Engeland overstroomden. Hij was bang voor de negatieve invloed op de economie en twijfelde aan de oprechtheid van de vluchtelingen. Deze Elizabethan Strangers waren de calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden en Hugenoten uit Frankrijk die tijdens de Spaanse bezetting door de katholieke koning Philips II hun toevlucht tot Engeland namen. Ondanks deze scepsis zorgden ze ervoor dat de Engelse economie weer opbloeide tijdens de regeerperiode van Elizabeth I.






De vlucht naar Engeland


Nederlands huisje uit de zeventiende eeuw
 op Canvey Island in Essex
In het midden van de zestiende eeuw kwamen protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden, voornamelijk Vlaanderen, op uitnodiging van de Engelse koningin Elizabeth I als politiek vluchteling naar Engeland toe. Zo ontsnapten ze aan de vervolging door de katholieke koning Philips II van Spanje, die de Zuidelijke Nederlanden, ook wel de Spaanse Nederlanden genoemd, had veroverd. Engeland zag het als plicht om deze geloofsgenoten op te vangen. Deze vreemdelingen werden, mede door hun andere kleding en gewoontes, de Strangers genoemd.

Eenmaal in Engeland aangekomen, werden de vluchtelingen met gemengde gevoelens ontvangen: aan de ene kant kregen ze te maken met wantrouwen en vreemdelingenhaat, aan de andere kant zag men in dat deze zeer bekwame ambachtslieden van nut konden zijn voor het land. Engeland was in vergelijking met de rest van Europa op technologisch gebied achtergebleven. De Strangers brachten waardevolle vakkennis mee, voornamelijk op het gebied van de textielindustrie.


Norwich

Een officiële uitnodiging van Elizabeth I

De kustplaatsen in met name East Anglia (Norfolk, Norwich, Suffolk, Lincolnshire en Cambridgeshire) waren vooral gewild bij de vluchtelingen uit Vlaanderen, Brabant, Zeeland en Holland, omdat deze relatief dichtbij de Nederlanden lagen. De eerste 300 politieke vluchtelingen kwamen op uitnodiging van Elizabeth I aan in Norwich, in die tijd de tweede stad van Engeland. Op geen enkele andere plaats hebben de Strangers zo'n grote invloed gehad. 

De grootste bron van inkomsten van Norwich was de textielindustrie. Deze was echter in verval geraakt door onder andere het gebrek aan technologische vernieuwing. De burgemeester, Thomas Sotherton, kwam op het idee om vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden naar Norwich te halen, om zo de textielindustrie nieuw leven in te blazen. De Vlamingen en Walloniërs waren namelijk bekend om de productie van textiel van hoge kwaliteit. De Strangers werden in Norwich dan ook het warmst ontvangen. Daarnaast had de goede ontvangst waarschijnlijk ook te maken met het feit dat Norwich een puriteinse stad was en daarom een extra sterke verwantschap voelde met de calvinistische Nederlanders. In 1578 bracht koningin Elizabeth zelfs een bezoek aan Norwich om haar steun te betuigen aan de Strangers.
Blackfriars' Hall, de Nederlandse
 kerk in Norwich

Hierna zouden er nog vele vluchtelingen volgen. Aan het einde van de zestiende eeuw waren er 4000 Strangers, vooral Vlamingen, in Norwich. Ze maakten een derde van de bevolking uit. Door de komst van de Strangers bloeide de textielindustrie weer op. De Strangers leerden de lokale bewoners om nieuwe typen stof van hoogstaande kwaliteit te produceren, zoals kantwerk en zijde. Daarnaast introduceerden ze nieuwe lichtere stoffen die in heel Engeland gretig aftrek vonden.

De meeste nieuwkomers waren wevers of hadden beroepen die met de textielindustrie te maken hadden. Daarnaast waren er ook handelaren, bierbrouwers, drukkers, boekbinders en boekverkopers onder hen. 


Spanningen

In Norwich was het anti-immigrantensentiment niet zo sterk als in andere steden, zoals Londen. Desondanks zorgden de Strangers hier ook voor wat wrijvingen. Tot groot ongenoegen van de lokale bewoners, namen de wevers in het beginsel alleen maar Nederlandse leerjongens aan. Daarnaast waren de lokale bewoners niet blij dat ze ook andere beroepen uitoefenden, zoals schoenmaker en kleermaker. Dit betekende namelijk concurrentie. Koningin Elizabeth I schreef de burgemeester van Norwich zelfs een bezorgde brief over de grote aantallen migranten in de stad. Ze vond dat er niet meer immigranten bij moesten komen als daarmee het welzijn van de oorspronkelijke inwoners in gevaar kwam. Als gevolg van deze brief werd er een volkstelling gehouden. Hieruit bleek dat er ongeveer 4000 Strangers waren op een bevolking van 12.000 inwoners. De gemeente besloot daarom een immigratiestop in te stellen.

Daarnaast kregen de Strangers ook te maken met een avondklok wegens gevallen van openbare dronkenschap en het in het openbaar verkopen van sterke drank door een aantal leden van de gemeenschap. Er was even sprake van een anti-vreemdelingengroepering, maar deze werd al snel opgeheven en de leiders werden ter dood veroordeeld.

De spanningen duurden echter niet lang. Er werden snel bemiddelaars aangesteld die de onderhandelingen leidden tussen de gemeente en de Strangers. Eén van de gevolgen hiervan was dat Norwich als eerste stad in Engeland de Strangers volwaardige burgerrechten gaf en dat er gebruik werd gemaakt van hun diensten. De Nederlandse drukker Antonius (Anthony) de Solen of Solemne uit Brabant werd aangesteld om bevelen en decreten te publiceren.

De integratie van de Strangers

De River Wensum (ca. 1814) van schilder John Crome
Ondanks deze gebeurtenissen kan gezegd worden dat de relatie tussen de lokale bewoners en de Strangers stabiel was. Ze integreerden goed in de gemeenschap. Ze vestigden zich bij de River Wensum, een buurt waar de textielwerkers van oudsher hadden gewoond, voordat deze door een grote brand was vernietigd. Ze trouwden met lokale bewoners en hun kinderen gingen naar lokale scholen. Ze hadden wel hun eigen kerk (Blackfriars' Hall) en behielden hun cultuur. De Strangers behielden een band en dreven handel met de Nederlanden. Vaak stuurden ze hun kinderen naar een universiteit in het land van herkomst.

In de zeventiende eeuw waren er nog wel wat incidenten met betrekking tot de Strangers. Rond 1630 was er enige zorg dat Engelsen de diensten van de Nederlanders zouden bijwonen en hierdoor de positie van de Anglicaanse Kerk zou worden verzwakt.

Voorafgaande aan de Engelse Burgeroorlog, was er sprake van twijfel over de loyaliteit van de Strangers aan de Engelse Kroon en werden hun huizen doorzocht op wapens. Tegen het einde van de zeventiende eeuw werden ze uiteindelijk geen Strangers meer genoemd. 

Londen


  De Nederlandse kerk in Londen. Deze kerk is in 1550
  opgericht door  vluchtelingen uit de Nederlanden.
Vele vluchtelingen uit de Nederlanden vestigden zich in Londen en Southampton. Vooral in Londen was er sprake van xenofobie. De Strangers kregen vaak de schuld van economische problemen, vooral toen er een periode van droogte was en de pest uitbrak. Ze werden ervan beschuldigd het werk van de Londenaren af te pakken.


Onvrede en geweldsuitbarstingen tegen de Strangers

Er was sprake van enkele incidenten tegen de Strangers. Zo was er een oproep tot een opstand tegen de vreemdelingen die de stad zouden overspoelen. In werkelijkheid maakten de Strangers maar 3.3 procent van de Londense bevolking uit. Deze oproep bleek het werk te zijn geweest van een eenling die mensen probeerde op te zetten tegen de vreemdelingen. Deze werd uiteindelijke gearresteerd en opgehangen. 

In 1571 ontving koningin Elizabeth een klachtenbrief van de inwoners van Londen waarin ze hun ongenoegen uitten over de vreemdelingen. Eén van de klachten was dat ze stiekem winkels in hun woningen hielden en met elkaar handelden. Daarnaast huurden en kochten ze de mooiste huizen en deden aan onderhuur. Ze zouden te veel geld naar hun thuisland opsturen. Bovendien zouden de kinderen van de Strangers, die de Engelse nationaliteit hadden, zich te veel verbonden voelen met het land van hun ouders. Er zou in de ziekenhuizen geen plaats zijn voor de kinderen van Engelsen, omdat ze vol zaten met buitenlanders. 

De weversgilde in Londen liet de Strangers meer contributie betalen dan Engelsen. Er was ook sprake van uitbarstingen van geweld aan de kant van de Londense wevers tegen de Nederlandse en Vlaamse wevers. De Strangers trokken zich hier echter niks van aan en weefden zelfs buiten de gilde om. Nadat het Engelse parlement in 1593 een wet had afgewezen die in het nadeel van de vreemdelingen zou uitpakken, werd er een traktaat op de Nederlandse kerk in Londen opgehangen waarop de Strangers in dreigende taal duidelijk gemaakt werd dat ze moesten vertrekken. Uiteindelijk werd er in 1599 een wet aangenomen waarin stond dat de Strangers alleen nog maar mochten weven als ze bij een gilde aangesloten waren. Deze wet werd al in hetzelfde jaar door koningin Elizabeth ingetrokken.


Een komedie over de Strangers

Rond 1600 werd er in Londen een toneelstuk opgevoerd, The Shoemaker's Holiday van Thomas Dekker. Hierin werd een Nederlandse schoenmaker uit Gelderland, Hans, ten tonele gevoerd die werd afgebeeld als een veelvraat en impotente dronkaard. De Nederlandse immigranten werden in dit stuk belachelijk gemaakt en vernederd. Dit toneelstuk was een succes bij de Londense arbeiders en ambachtslieden.

Ondanks het feit dat er eerst veel spanningen waren tussen de lokale bevolking en de Nederlanders, gingen ze geleidelijk aan op in de bevolking. 



De nalatenschap van de Strangers


De Strangers zijn al eeuwen geleden opgegaan in de lokale bevolking. Desondanks hebben ze hun stempel gedrukt op de plekken waar ze neerstreken. 

De liefde voor kanaries

De Norwich kanarie
In Norwich is de voorliefde voor het fokken van kanaries afkomstig van de Strangers. Deze hadden bij hun aankomst kanaries bij zich. Norwich heeft zelfs een eigen kanarieras, de Norwich canary. Het exporteren van kanaries werd in Norwich een winstgevende handel. De voetbalclub van de stad heet The Canaries

De taal

In East Anglia hebben de Strangers de taal beïnvloed. Hier wordt de "s" vaak weggelaten in woorden, zoals bijvoorbeeld "She look" in plaats van "She looks". 

In een aantal plaatsen zijn er woorden bijgekomen. Het woord voor plein is in het Engels square, maar in dit gebied wordt het woord plain (van het Nederlandse plein) gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn Bank Plain en St. Giles' Plain in Norwich.

Een dweil is in het Engels floorcloth, maar wordt in deze regio dwile genoemd. Schoonmaken, clean up, wordt hier fye out (van het Nederlandse vegen) genoemd. Een puist, in het Engels pimple of boil, wordt hier push (van puist) genoemd. 


De boekdrukkunst

Antonius (Anthony) de Solen of Solemne uit Antwerpen was de eerste boekdrukker in Norwich en drukte één van de eerste edities van de Psalmen. Hij drukte vooral boeken in de Nederlandse taal, maar daarnaast ook in het Engels en Frans. Hij zou één van de rijkste Strangers zijn geweest.

De Engelsen waren tot de achttiende eeuw afhankelijk van de Nederlandse lettergieterijen voor de productie van lettertypes.

Achternamen

Veel verengelste achternamen herinneren nog aan deze tijd zoals Verbeake, Vertegans, Vinke, Dehem, Dehage, Feenhouse, Dejong, VandeWall en Dehorne.


De fruit- en groenteteelt

De Strangers hebben de fruit- en groenteteelt naar East Anglia gebracht. Daarnaast introduceerden de Strangers de landschapsarchitectuur en zou de liefde voor tuinen van hen afkomstig zijn.


Bier

De Vlamingen zouden het bierbrouwen met hop in Engeland geïntroduceerd hebben.




Lees ook:



______________________________________________________________

Bronnen:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten