maandag 1 oktober 2018

Tien Dagen in een Gekkenhuis door Nellie Bly - Hoofdstuk 2: De Voorbereidingen voor de Beproeving

Tien Dagen in een Gekkenhuis door Nellie Bly (1887)

Hoofdstuk 2
De Voorbereidingen voor de Beproeving

Maar nu weer terug naar mijn werk en missie. Nadat ik mijn instructies had gekregen, keerde ik terug naar mijn pension en bij het vallen van de avond begon ik te oefenen voor de rol waar ik de volgende dag mee zou debuteren. Wat een moeilijke taak, dacht ik, om voor een grote groep mensen te moeten verschijnen en ze ervan te overtuigen dat ik krankzinnig was. Ik was nog nooit in mijn leven in de buurt van krankzinnige mensen geweest en had er geen flauw idee van hoe ze zich gedroegen. En dan te moeten worden onderzocht door een groep geleerde artsen die gespecialiseerd zijn in krankzinnigheid en dagelijks te maken hebben met krankzinnigen! Hoe kon ik ooit hopen langs deze dokters te komen en ze ervan te overtuigen dat ik gek was? Ik vreesde dat ze niet misleid konden worden. Ik begon ervan overtuigd te raken dat mijn opdracht hopeloos was; maar hij moest volbracht worden. Dus vloog ik naar de spiegel en bestudeerde mijn gezicht. Ik herinnerde me alles wat ik had gelezen over het gedrag van gekke mensen, ten eerste hebben ze starende ogen, dus opende ik die van mij zo wijd mogelijk en staarde zonder te knipperen naar mijn eigen spiegelbeeld. Ik verzeker u dat de aanblik niet geruststellend was, zelfs voor mij niet, vooral niet in het holst van de nacht. Ik probeerde het gas wat hoger te draaien, hopende zo wat meer moed te verzamelen. Ik slaagde er maar gedeeltelijk in, maar troostte mezelf met de gedachte dat ik er over een paar nachten niet meer zou zijn, maar opgesloten zou zitten in een cel met allemaal gekken.


Nelly oefent thuis haar rol als krankzinnige

Het was geen koud weer, niettemin kreeg ik bij de gedachte van wat er komen zou koude rillingen op mijn rug die de spot dreven met het zweet dat langzaam maar zeker de krullen uit mijn pony haalde. In de tijd dat ik niet voor de spiegel aan het oefenen was en ik me mijn toekomst als krankzinnige voorstelde, las ik flarden onwaarschijnlijke en onmogelijke spookverhalen, zodat ik me, zodra de dageraad verscheen om de nacht te verjagen, klaar voor de missie voelde, maar wel hongerig genoeg voor mijn ontbijt. Ik nam langzaam en droevig mijn ochtendbad en nam rustig afscheid van enkele van de meest kostbare spullen die de moderne beschaving kende. Ik legde mijn tandenborstel liefdevol terzijde en toen ik me nog een laatste keer inzeepte, mompelde ik: "Het kan wel dagen duren of langer." Toen trok ik de oude kleding aan die ik voor de gelegenheid had uitgekozen. Ik was in een stemming om alles zeer serieus te bekijken. "Het is beter als ik alles nog voor een laatste keer grondig bekijk", mijmerde ik, want wie weet werden de spanningen om me als een krankzinnige te moeten voordoen en opgesloten te worden met allemaal gestoorde mensen me wel te veel en zou ik nooit meer terugkeren. Maar niet één keer dacht ik eraan om mijn opdracht te verzaken. Kalm, aan de buitenkant tenminste, begon ik aan mijn waanzinnige missie.

Ik dacht eerst dat het het beste was om naar een pension te gaan en, nadat ik me van een plek had verzekerd, de pensionhouder of houdster, wie van de twee er op dat moment toevallig aanwezig was, in vertrouwen te vertellen dat ik werk zocht en na een paar dagen ogenschijnlijk krankzinnig te worden. Toen ik het plan opnieuw overdacht, was ik bang dat het te lang zou duren voordat het zich kon ontvouwen. Plotseling daagde het me dat het veel gemakkelijker was om naar een pension voor werkende vrouwen te gaan. Ik wist dat als ik een huis vol vrouwen kon doen geloven dat ik gek was, ze niet zouden rusten totdat ik uit hun buurt zou verdwijnen en veilig opgesloten zou worden.

Uit een adresgids koos ik het Tijdelijke Huis voor Vrouwen, Second Avenue No. 84. Toen ik de straat doorliep, besloot ik dat, zodra ik eenmaal binnen was, ik er alles aan zou doen om aan mijn reis naar Blackwell's Island en het Krankzinnigengesticht te beginnen.

Terug naar Hoofdstuk 1: Een Hachelijke Missie

Geen opmerkingen:

Een reactie posten