Startpagina

woensdag 28 september 2016

10 geruchtmakende ontvoeringen

Bij een ontvoering wordt iemand tegen zijn wil vastgehouden en meegenomen, meestal met het doel om losgeld te verkrijgen. De gevolgen voor de slachtoffers zijn zeer uiteenlopend. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van het Stockholmsyndroom waarbij het slachtoffer een band met zijn ontvoerder ontwikkelt. Patty Hearst is hier een bekend voorbeeld van. Sommige slachtoffers worden vermoord, zoals de 4-jarige Charley Ross, de Lindbergh baby en Gerrit Jan Heijn. De slachtoffers die het overleven zijn vrijwel altijd voor het leven getekend. Hier een tiental geruchtmakende Amerikaanse en Europese ontvoeringen tegen losgeld.




Charley Ross

Flyer waarop de kidnapping van Charlie Ross
bekend werd gemaakt en een beloning
van 20.000 dollar werd uitgeloofd.
Deze ontvoeringszaak was de eerste in de VS waarin losgeld werd geëist. Op 1 juli 1874 werden in Germantown twee broertjes van 4 en 6 jaar oud, Charles en Walter Ross, voor hun huis ontvoerd. De mannen die de jongens ontvoerden, hadden hen al eerder snoep gegeven. Deze keer beloofden de mannen vuurwerk te kopen als ze met hen mee zouden gaan in hun open rijtuig. De mannen stopten bij een winkel en gaven Walter 25 cent om vuurwerk te kopen. Terwijl Walter de winkel binnen ging, reden de mannen met Charley weg.

De vader van de jongens, Christian Ross, dacht dat ze in de tuin aan het spelen waren tot hij van een buurman hoorde dat hij ze weg had zien rijden in een open rijtuig. Walter werd uiteindelijk gezond en wel teruggevonden. Een aantal dagen later ontving de vader een brief vol spelfouten waarin geld werd geëist. Er werd ook gewaarschuwd geen politie in te schakelen. In de tweede brief eisten de ontvoerders 20.000 dollar (in die tijd een groot fortuin). Waarschijnlijk waren de daders in de veronderstelling dat de familie Ross rijk was, maar in werkelijkheid hadden ze vele schulden. De vader schakelde de politie in. Deze raadde aan geen losgeld te betalen. Dit zou er namelijk voor kunnen zorgen dat kwaadwillenden het voorbeeld zouden volgen. De burgemeester plaatste een mededeling in de krant waarin een beloning van 20.000 dollar werd uitgeloofd aan degene die informatie had of de dader te pakken kon krijgen. De familie Ross werd hierdoor overspoeld door bedriegers die hun kinderen als Charley verkleedden en mensen die beweerden informatie te hebben om het geld te kunnen innen.

De politie kreeg uiteindelijk twee mannen in het vizier. Het ging om William Mosher, een bij de politie bekende crimineel, en botenbouwer Joseph Douglas. Pas 5 maanden en 23 losgeldbrieven later kreeg de politie ze te pakken. Ze raakten zwaar gewond bij een roofoverval. Mosher was op slag dood, maar Douglas bleef nog even in leven. Vlak voordat hij stierf bekende hij dat hij en Mosher de mannen waren die Charley Ross hadden ontvoerd. Hij vertelde er ook bij dat alleen Mosher wist waar Charley was. Het oudere broertje, Walter Ross, identificeerde de mannen als de ontvoerders. Charley Ross is nooit gevonden. In de jaren die volgden, beweerden vele bedriegers dat ze Charley Ross waren. Christian Ross en zijn vrouw besteedden de rest van hun leven aan het vinden van hun zoon. Dit bleef zonder resultaat.


De Lindbergh baby

In 1932 was heel Amerika in de ban van de ontvoering van de 20 maanden oude baby van Charles en Anne Lindbergh. Charles Lindbergh was in 1927 wereldberoemd geworden door zijn eerste solovlucht over de Atlantische Oceaan. 

Op 1 maart 1932 bracht de oppas de 20 maanden oude Charles Lindbergh III naar bed. Wat later op de avond hoorde Charles Lindbergh een geluid en ging de oppas naar de baby kijken. Deze was spoorloos verdwenen. Tijdens de zoektocht vonden Charles en Anne Lindbergh een brief op de vensterbank. Hierin eiste de ontvoerder 50.000 dollar losgeld. De ontvoerder had een ladder gebruikt om in de kinderkamer te komen en er werden ook modderige voetsporen in de kamer gevonden. De Amerikaanse president Herbert Hoover gaf het bevel om de FBI bij het onderzoek te betrekken. De Lindberghs werden overspoeld door mensen die hun hulp aanboden. Zelfs de beruchte gangster Al Capone bood vanuit de gevangenis zijn hulp aan. 

Na drie dagen ontvingen ze een tweede brief waarin de ontvoerder 70.000 dollar eiste. Hierna volgde er nog een brief met de eis van 100.000 dollar. De brieven bleken allemaal vanuit New York verstuurd te zijn. Een gepensioneerde leraar, John Condon, had in een plaatselijke krant een aantal artikelen over de ontvoering geschreven en de ontvoerder koos hem uit als tussenpersoon. De ontvoerder communiceerde nog een aantal keren via de post en stuurde onder andere een pakje met de pyjama van hun zoontje.


Het huis in Hopewell, New Jersey waaruit baby
Lindbergh werd ontvoerd.
Een maand later leverde Condon het losgeld af. Het losgeld bestond voor een deel uit goudcertificaten, omdat deze binnenkort uit de roulatie zouden worden gehaald en dus makkelijker traceerbaar zouden zijn. Hierna kreeg Condon te horen dat de baby werd vastgehouden op een boot met de naam The Nelly. Charles Lindbergh ging onmiddellijk op zoek naar de boot. De zoektocht leverde geen resultaten op.

Zes weken later werd het lichaam op 1.5 kilometer afstand van het huis van de Lindberghs gevonden. Het jongetje bleek al op de avond van de ontvoering vermoord te zijn. Hij was gestorven door een klap op het hoofd. Na dit drama verhuisden de Lingberghs. De president van de VS, Herbert Hoover, gaf persoonlijk het bevel dat alle nationale onderzoeksbureaus zich met de zaak bezig moesten houden

Twee jaar later werd er door een benzinepompmedewerker een transactie met een gemerkte 10 dollar goudcertificaat gemeld. Deze had ook de kentekenplaat van de betreffende klant genoteerd. Het bleek te gaan om de Duitse immigrant en timmerman Bruno Hauptmann. In zijn huis vond de politie ook een deel van het losgeld en een ontwerptekening van een ladder die gelijkenis vertoonde met de ladder die bij de ontvoering was gebruikt. Condon herkende hem als de man aan wie hij het losgeld had overhandigd. Handschriftdeskundigen stelden een grote gelijkenis vast tussen Hauptmanns handschrift en dat van de losgeldbrieven. Hauptmann beweerde onschuldig te zijn en het geld voor iemand anders in bewaring te hebben. De zaak tegen hem was niet erg sterk. Uiteindelijk werd hij door het bewijs en de publieke druk tot de elektrische stoel veroordeeld. Hij bleef echter beweren dat hij onschuldig was. In 1936 stierf hij op de elektrische stoel. Hierna werd ontvoering een federaal misdrijf.


Kijk hier naar het filmpje over de ontvoering:




Eric Peugeot

Dit was de eerste ontvoeringszaak in Frankrijk waarbij losgeld werd gevraagd. De vierjarige Eric Peugeot, zoon van Roland Peugeot, telg van de bekende Franse autofamilie, werd op 12 april 1960 in een speeltuin in Saint-Claud (vlakbij Parijs) door twee mannen ontvoerd. Hij werd vastgehouden in een huis op een uur afstand van Parijs. In een brief eisten de ontvoerders 50 miljoen francs (ongeveer 10 miljoen euro). Ze waarschuwden ook dat er geen contact met de politie opgenomen mocht worden. Indien er niet aan de eis zou worden voldaan, zou hun zoontje een verschrikkelijke marteldood sterven. De vader verscheen vervolgens op televisie waarin hij liet weten dat zijn enige zorg was dat zijn zoon gezond en wel thuis zou komen en dat de ontvoerders niet gestraft zouden hoeven worden.

Het losgeld werd afgeleverd in een small straatje in Parijs en Eric kwam na 48 uur vrij. Eric vertelde dat hij goed was behandeld en een leuke tijd had gehad. Hij had veel snoep gekregen en gekaart met “zijn vrienden”.

De ontvoerders, Pierre-Marie Larcher et Robert Rolland, werden 11 maanden later op 5 maart 1961 gearresteerd. De politie kreeg een tip binnen dat twee mannen opvallend grote bedragen besteedden. Ze werden tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De ontvoerders bekenden dat ze geïnspireerd waren door de Lindbergh ontvoering.


Theo Albrecht

Theo Albrecht was samen met zijn broer Karl de oprichter van de supermarktketen Aldi. Op 29 november 1971 werd de 49 jarige Theo Albrecht bij het verlaten van een filiaal van de Aldi door twee mannen overweldigd en afgevoerd. Ze konden eerst niet geloven dat ze de goede man te pakken hadden en dachten dat het om de boekhouder ging. Theo Albrecht kleedde zich namelijk erg sober en niet duur. Hij moest zijn paspoort laten zien om de ontvoerders ervan te overtuigen dat ze de juiste man te pakken hadden. Hij werd vastgehouden in het kantoor van één van de daders (Hans Joachim Ollenburg) in Düsseldorf. De ontvoerders eisten 7 miljoen mark (ruim 3.5 miljoen euro) van de familie Albrecht. Dit was tot dan toe het hoogste bedrag ooit dat in Duitsland voor een ontvoering was geëist. Theo's broer Karl was degene die contact met de ontvoerders onderhield. De bisschop van Essen, Franz Hengsbach, bood aan om de 7 miljoen mark te overhandigen. Hierdoor kwam een eind aan de zeventien dagen durende ontvoering.

De politie publiceerde de geluidsbanden van de daders op de radio. De stem van één van de daders werd bijna onmiddellijk herkend. De ontvoerders, Paul Kron (Bijnaam: Diamanten Paul) en zijn vroegere advocaat Hans Joachim Ollenburg werden in 1973 tot acht en een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Eén van de daders gaf zijn deel van het losgeld terug, de overige drie en een halve miljoen mark werd nooit teruggevonden. Na Theo Albrechts vrijlating trokken de Aldi broers zich terug uit het publieke leven. Theo won nog wel een rechtszaak tegen de Duitse overheid over de aftrekbaarheid van het losgeld van de belastingen.



John Paul Getty III

John Paul Getty III was de kleinzoon van de zeer rijke Amerikaanse oliebaron John Paul Getty. Hij was 16 jaar oud toen hij op 10 juli 1973 in Rome uit zijn appartement verdween. Hij werd ontvoerd door Italiaanse maffialeden die hem 5 maanden lang geblinddoekt aan een paal vastgebonden vasthielden. Twee dagen later ontving zijn moeder, Gail Harris, een brief waarin 17 miljoen dollar losgeld werd geëist. Gail Harris was gescheiden van Paul Getty II en beschikte over weinig middelen. Ze maakte de ontvoerders duidelijk dat ze bij de vader van John Paul Getty III moesten zijn. De politie nam de zaak eerst niet zo serieus en dacht dat het om een grap ging of een manier van John Paul Getty om zijn ouders geld afhandig te maken. Hij stond namelijk bekend als een wilde opstandige jongen. Hij werd ook wel de "Gouden Hippie" genoemd. Zijn vader beweerde het geld niet te hebben en weigerde te betalen. Zijn grootvader weigerde eveneens met het argument dat hij 14 kleinkinderen had en dat ze allemaal ontvoerd zouden worden als hij zou betalen.

Drie maanden later sneden de ontvoerders een oor en een lok haar af en stuurden deze naar een Italiaanse krant. Foto's met zijn verminkte gezicht en een smeekbede om te betalen verschenen in een andere krant. De eis werd verlaagd naar 3 miljoen dollar. John Paul Getty III zou nog erger verminkt worden als er niet binnen 10 dagen aan de eis voldaan zou worden. Uiteindelijk betaalde grootvader Getty 2.2 miljoen dollar, omdat dit het maximale bedrag was dat nog van de belastingen kon worden afgetrokken. Zijn vader moest het resterende bedrag van grootvader Getty lenen tegen een rente van 4 procent.

Op 15 december werd John Paul Getty III vrijgelaten. Hij werd ondervoed en gewond in de sneeuw gevonden bij een verlaten benzinestation aan een snelweg tussen Rome en Napels. Toen hij zijn grootvader telefonisch wilde bedanken, zou deze geweigerd hebben om met hem te praten. In 1976 werden 9 mannen gearresteerd die met de ontvoering te maken hadden. Eén van ze zou banden hebben gehad met de Ndrangheta (de Calabrische maffia). Slechts twee van de negen werden uiteindelijk veroordeeld. Het grootste deel van het losgeld is nooit teruggevonden.

In het voorjaar van 2018 verscheen er een film over deze ontvoering in de bioscoop, All the money in the world van regisseur Ridley Scott.


Kijk hier naar de trailer van 'All the Money in the World':





In september 2018 verschijnt er op de BBC een tiendelige serie over deze ontvoering, geregisseerd door Danny Boyle en met Donald Sutherland en Hillary Swank in de hoofdrol:



Patricia Hearst

Patricia Hearst is de kleindochter van mediamagnaat Randoph Hearst. Op 4 februari 1974 werd ze door een radicale antikapitalistische groepering, SLA (Symbionese Liberation Army), onder bedreiging van een wapen uit haar appartement ontvoerd. Ze werd in de achterbak van een auto gegooid en naar een geheime plek in San Fransisco gebracht. In haar autobiografie vertelt ze dat ze 57 dagen lang in een kast werd opgesloten en verkracht en mishandeld werd. Dit alles had tot doel om haar te brainwashen. De groepering eiste in ruil voor Hearsts vrijlating de vrijlating van twee SLA-leden die vastzaten voor moord op de eerste zwarte schooldirecteur in Oakland. Dit verzoek werd echter geweigerd. Vervolgens eiste de groep dat de familie Hearst miljoenen dollars aan voedsel zou besteden ten behoeve van de armen in Californië. De familie gaf uiteindelijk toe aan deze eis. De groepering beweerde echter dat het voedsel van slechte kwaliteit was en wilde Patricia Hearst niet vrijlaten.

Later werd er een geluidsband gepubliceerd waarin Patricia Hearst verklaarde dat ze lid was geworden van de SLA en een nieuwe naam had aangenomen, Tania. Er werd ook een foto gepubliceerd waarin ze legerkleding aan had en een wapen vasthield. Achteraf verklaarde Hearst dat ze hiertoe gedwongen was. Op 15 april 1974 pleegde de SLA een bankoverval waarbij twee omstanders werden neergeschoten. Op beveiligingscamera's is Patricia Hearst met een wapen te zien. Op 16 mei schoot Patricia Hearst een wapen leeg voor een levensmiddelenwinkel om een lid van de groep vrij te krijgen. Niemand raakte er gewond. Hierna sloeg ze samen met de andere leden op de vlucht.

Uiteindelijk vond de politie de geheime plek van de groep. Er volgde een hevig vuurgevecht en het gebouw brandde af. Meerdere leden waaronder de leider werden gedood. Patricia Hearst was echter nergens te vinden. Uiteindelijk werd ze op 18 september 1975 gearresteerd. Ze werd beschuldigd van het plegen van een gewapende bankoverval. Ze verdedigde zichzelf door te stellen dat ze aan het Stockholm syndroom leed: Doordat ze in een kast was vastgehouden en mishandeld en verkracht, was er sprake van psychische overmacht. Hierdoor ontwikkelde ze uiteindelijk sympathie voor haar ontvoerders. De jury achtte haar echter schuldig en veroordeelde haar tot 7 jaar gevangenisstraf. In 1979, na twee jaar gevangen te hebben gezeten, zorgde president Carter ervoor dat ze vrij kwam. In 2001 verleende president Clinton haar gratie en werd haar strafblad gewist.


Richard Oetker

Richard Oetker is de zoon van industrieel Rudolf August Oetker, eigenaar van het bekende familiebedrijf Dr. Oetker. Hij is tegenwoordig algemeen directeur van dr. Oetker. Op 14 december 1976 werd de 25 jarige Richard Oetker op de parkeerplaats van zijn universiteit ontvoerd door Dieter Zlof. Onder bedreiging van een gaspistool werd hij in een Volkswagenbusje meegenomen. De 1.94 m lange Oetker werd 48 uur in een kist van 1.45 m lang, 70 cm breed en 80 cm hoog gestopt. De kist was zodanig gebouwd dat Oetker bij iedere schreeuw of hard geluid een elektrische schok kreeg. Oetker verbleef in de werkplaats van Zlof. Deze eiste telefonisch 21 miljoen mark (ruim 10 miljoen euro) van Oetkers vrouw. Toen Zlof Oetker in de kist naar de garage wilde verhuizen, kwam de kist tegen de garagedeur aan en kreeg Oetker een zeer heftige stroomschok. Het gevolg was dat Oetker meerdere botten en wervels brak, zich niet meer kon bewegen en aan afschuwelijke pijnen leed. Oetkers broer, August, leverde het losgeld af in een kelder onder Karlsplatz in München. Zlof wist onopgemerkt door de politie te ontsnappen. Na urenlang wachten, kreeg de familie te horen waar ze Oetker konden ophalen. Ze troffen hem in een stuk bos aan de rand van de stad aan.

De politie publiceerde het cassettebandje waarop de stem van Zlof te horen was. Na twee jaar werd zijn stem herkend door zijn buren. Zlof werd in 1980 tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1997 werd hij in Londen betrapt op het witwassen van een deel van het losgeld (12,4 miljoen mark). Hij belandde hiervoor nog twee jaar in de gevangenis. Oetker raakte door zijn ontvoering zwaar gehandicapt en trok zich uit het publieke leven terug. 

In 2001 verscheen er een film over de ontvoering, Dance with the Devil genaamd, met o.a. Christoph Waltz in de hoofdrol.

Toos van der Valk

Toos van der Valk terug in Nuland na
haar vrijlating in 1982
In 1982 werd in Nuland de echtgenote van horecamagnaat Gerrit van der Valk door Italiaanse gangsters ontvoerd. Het was eigenlijk hun bedoeling om Gerrit van der Valk te ontvoeren. Ze troffen echter alleen zijn echtgenote Toos aan. Ze namen haar in een auto mee naar Brussel waar ze drie weken lang in een flatje in een oranje tentje geblinddoekt aan een verwarming werd vastgeketend.

Haar man kreeg een telefoontje waarin miljoenen guldens werden geëist. Bij het tweede telefoontje werd geëist dat er binnen 48 uur 13 miljoen gulden (bijna 6 miljoen euro) zou worden betaald. De eerste transactie mislukte doordat de politie te zichtbaar aanwezig was. Hierna eisten de ontvoerders 20 miljoen gulden (ruim 9 miljoen euro). De dochter van van der Valk leverde het geld af bij een boom op de Belgisch-Luxemburgse grens. De ontvoerders lieten weten dat het geld in goede orde ontvangen was en lieten Toos van der Valk in Eindhoven vrij. Drie van de vier daders werden bij de flat in Brussel door de politie opgewacht en gearresteerd. Van de dertien miljoen gulden werd maar een klein deel teruggevonden.

In november 2011 verscheen het boek Mijn ontvoering waarin Toos van der Valk haar verschrikkingen beschrijft.

Alfred (Freddie) Heineken

Freddie Heineken was de directeur van bierbrouwerij Heineken. Hij werd op 9 november 1983 samen met zijn chauffeur Ab Doderer voor zijn kantoor op het Weteringsplantsoen in Amsterdam ontvoerd. Heineken werd een bestelbus ingetrokken. Vervolgens probeerde Doderer de daders tegen te houden maar werd in elkaar geslagen en ook de bus in gesleurd. Ze werden op een industrieterrein in het Amsterdamse westelijke havengebied in een loods opgesloten waar ze in verborgen kamers werden vastgehouden. Er werd 35 miljoen gulden (bijna 16 miljoen euro) losgeld geëist. De daders hielden via advertenties contact met de politie. Op verzoek van de ontvoerders betrachtte de politie grote terughoudendheid over het verloop van het onderzoek. De politie negeerde bewust de eerste afspraak voor het overhandigen van losgeld om tijd te rekken. In de nacht van 28 september werden er postzakken met losgeld (in totaal 200.000 bankbiljetten) overhandigd. Heineken en Doderer werden echter niet vrijgelaten. De ontvoerders begroeven het geld in tonnen in de bossen rond Zeist. Er volgde een politieachtervolging waarbij twee ontvoerders (Jan Boellaard en Martin Erkamps) werden gearresteerd, twee ontvoerders (Cor van Hout en Willem Holleeder) naar Frankrijk wisten te ontsnappen en de vijfde ontvoerder (Frans Meijer) in Nederland onderdook.


Proces tegen Heinekenontvoerders Cor van Hout en
Willem Holleeder
Op 30 november werden Freddie Heineken en Ab Doderer na een anonieme tip uit de loods bevrijd. Op 28 december gaf Frans Meijer zich aan en betuigde spijt voor zijn daden. Cor van Hout en Willem Holleeder werden in februari 1984 in Parijs gearresteerd. Het Franse Hof bepaalde dat ze aan Nederland uitgeleverd moesten worden. In januari 1985 wist Frans Meijer tijdens zijn proces te ontsnappen en werd hij bij verstek tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Uiteindelijk werd hij pas in 1995 gearresteerd. Erkamps werd tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld en Boellaard tot 12 jaar.

Op 31 oktober 1986 werden Cor van Hout en Willem Holleeder, na enige tijd in het Caraïbische gebied verbleven te hebben, door Frankrijk aan Nederland uitgeleverd. Ze werden beiden tot elf jaar gevangenisstraf veroordeeld. De meesten kwamen begin jaren negentig vrij. Alleen Meijer kwam pas in 2005 vrij. Acht miljoen gulden van het losgeld blijft spoorloos.

Over deze zaak zijn er boeken verschenen (waaronder De Heineken ontvoering Panorama misdaad dossier van Nick Kivits) en zowel een Engelstalige (Kidnapping Mr. Heineken) als Nederlandstalige (De Heineken Ontvoering) film verschenen.


Gerrit Jan Heijn

Advertentie met hoge beloning van 1 miljoen gulden
voor gouden tip
Gerrit Jan Heijn was samen met zijn broer topman van het dat jaar 100-jarige supermarktconcern Ahold. Op 9 september 1987 werd hij voor zijn villa in Bloemendaal ontvoerd door de werkloze ingenieur Ferdi E. Drie dagen later ontving de familie de eerste brief. Ferdi E. spiegelde ze voor dat het om een bende zware criminelen ging en gaf ze de opdracht een gecodeerde advertentie in de krant te plaatsen. Twee dagen later ontvingen ze een cassetteband met de stem van Gerrit Jan Heijn. Hierna plaatsten ze op verzoek nog een aantal advertenties. In de volgende brief werd rond de 8 miljoen gulden (ruim 3.5 miljoen euro) losgeld geëist in geld en diamanten. De familie reageerde niet op de brief, waarop een brief volgde waarin met geweld werd gedreigd als ze niet aan de eisen zouden voldoen. Ze ontvingen een pakje met een bril en een afgesneden pink. Er was een sarcastische briefje bijgevoegd met de tekst: Gerrit Jan Heijn zal voorlopig moeite hebben met piano spelen. Vervolgens ontvingen ze nog een brief waarin instructies stonden waar ze het losgeld vóór 28 november moesten overhandigen. Op 27 september werd het geld volgens de instructies in een tunneltje onder de A12 neergelegd. De familie vernam hierna niets meer van Gerrit Jan Heijn. Vervolgens smeekte zijn vrouw in een persconferentie op televisie om zijn vrijlating of een teken van leven. De politie loofde een beloning van 1 miljoen gulden uit voor de gouden tip. Dit leverde echter niks op.

In februari 1988 betaalde Ferdi E bij een slijterij in Amsterdam Noord met een biljet van 250 euro dat afkomstig was van het losgeld. De politie hield de slijterij lange tijd in de gaten tot Ferdi E weer verscheen en door de cassière werd geïdentificeerd. Hij werd hierna nog enige tijd geobserveerd terwijl hij nog meer biljetten van het losgeld uitgaf. Op 6 april 1988 werd hij gearresteerd in zijn woning in Landsmeer. Nog dezelfde dag bekende hij dat hij Gerrit Jan Heijn op 9 september had ontvoerd, vervolgens naar de Veluwe had meegenomen en hem daar vermoord en begraven had. Vóór zijn dood had hij Heijn cassettebandjes laten inspreken. Hij onthulde ook waar de rest van het losgeld, diamanten en het wapen begraven waren. Hij werd tot 20 jaar gevangenisstraf en tbs veroordeeld. In 2001 kwam hij wegens goed gedrag vrij en acht jaar later, in 2009, kwam hij bij een verkeersongeluk om het leven.

________________________________________________________________________________________
Bronnen:





Geen opmerkingen:

Een reactie posten