Startpagina

zaterdag 5 november 2016

De eerste beroemde zwarte Amerikaanse zanger: George W. Johnson

In een tijd waarin Afro-Amerikanen op velerlei gebied uitgesloten werden van deelname aan de maatschappij was het bijzonder dat voormalig slaaf en muzikant George Washington Johnson erin slaagde beroemd te worden in de beginjaren van de moderne muziekindustrie. Door de uitvinding van de fonograaf door Thomas Edison kon er voor het eerst geluid worden opgenomen. Op een foto van de uitvinder uit 1900 was Johnson de enige zwarte man tussen 42 witte opnameartiesten. Wegens de schaamte voor zijn racistische liedteksten werd muziekpionier Johnson lange tijd vergeten en genegeerd. In 2014 is het historisch belang van zijn muziek erkend en is zijn hit Laughing Song opgenomen in het geluidsarchief van de Amerikaanse Library of Congress.




Jeugd
Het is niet precies bekend waar en wanneer George Washington Johnson werd geboren, omdat slaven geen geboortecertificaat kregen. Men denkt dat hij midden oktober 1846 op een plantage in de buurt van Wheatland in de staat Virginia werd geboren. Ten Tijde van zijn geboorte was zijn moeder 13 en vader 15 jaar. Als kind werd hij door de plantage-eigenaars in huis genomen om als gezelschap voor hun zoontje te dienen. Hij leerde hier lezen en schrijven, wat toentertijd nog verboden was, en kreeg muzieklessen. Er kwam een einde aan zijn betrekkelijk goede leven door het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog. In de buurt van zijn woonplaats vonden grote veldslagen plaats en hij verloor een vriend en broer in de oorlog. Uiteindelijk werd hij na de afschaffing van de slavernij in 1865 een vrij man. Rond zijn twintigste werkte hij als landarbeider en waarschijnlijk ook een tijdje als leraar.

Verhuizing naar New York
In de zeventiger jaren van de negentiende eeuw vertrok hij naar New York waar hij in de sloppenwijk Hell's kitchen in het westen van Manhattan woonde. Hij trad op als straatartiest en kon heel goed fluiten. Daarnaast was hij gespecialiseerd in Laughing Songs (Lachliedjes). Met zijn open vrolijke gezicht en zelfspot (het zingen van racistische teksten) was hij geliefd bij het witte publiek. Hij werd regelmatig ingehuurd door de hogere kringen, maar het grootste deel van zijn tijd trad hij op straat, bij de opstapplaatsen van de veerponten en andere publieke plaatsen op en floot en zong hij om in zijn onderhoud te voorzien.

Advertentie uit 1898
Doorbraak
Tegen 1890 zou zijn leven voorgoed veranderen. In 1878 had Thomas Edison de fonograaf uitgevonden. Dit was de voorloper van de grammofoon en was het eerste apparaat dat geluid kon opnemen en afspelen. De geluiden werden op een tin- of wasrol vastgelegd. Rond 1890 kon de fonograaf voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Men zocht goedkope artiesten om liedjes op de rollen vast te leggen. Aangezien men nog geen kopieën kon maken, moest iedere rol weer apart door de zanger worden opgenomen en was de oplage beperkt. Johnson hadden een krachtige stem en mensen vonden hem erg onderhoudend, met name door twee zeer racistische liedjes ook wel Coon (een ander woord voor nikker) Songs genoemd. Dit waren The Whistling Coon, waarin hij floot op de melodie van de muziek en The Laughing Song, waarin hij met de melodie mee lachte. Deze twee liedjes waren zogenaamde Minstrel of Blackface Songs. Ze werden oorspronkelijk door zwart geschminkte artiesten in Minstrel Shows gezongen. Hierin werden zwarte mensen belachelijk gemaakt. Het feit dat een zwarte man deze liedjes zong, vonden veel witte Amerikanen hilarisch. 

In 1890 nam Johnson deze twee liedjes op voor de Metropolitan Phonograph Company of New York en ze werden meteen een hit. In de catalogus van het bedrijf dat fonografen verkocht, werd zijn lach onweerstaanbaar genoemd. De pianist die hem begeleidde, Fred Gaisberg, schreef later in zijn autobiografie dat Johnson met deze twee liedjes roem en rijkdom had vergaard en dat "zijn lach diep uit zijn buik kwam en lui en zorgenvrij als een zwartje klonk". 

De fonograaf werd in die tijd nauwelijks aan individuele consumenten verkocht, maar werd door het hele land op publieke plaatsen gedemonstreerd waar mensen tegen betaling naar Johnson's liedjes konden luisteren. Johnson werd in binnen- en buitenland beroemd. Thomas Edison, de uitvinder van de fonograaf, nodigde hem uit om liedjes op te nemen in zijn laboratorium in New Jersey. Andere opnamestudio's toonden ook interesse. Hij werkte voor alle grote opnamestudio's, waaronder Victor, Edison, Berliner en Columbia. Omdat de wasrollen door het vele afspelen versletenmoest hij aan de lopende band naar de studio om nieuwe opnames te maken. Hij zou op een keer wel 56 opnames op één dag hebben gemaakt en zijn stem zou aan het einde nog steeds even krachtig hebben geklonken. Hij ontving geen royalties, maar kreeg 20 cent per opname. Er waren uiteindelijk wel 50.000 exemplaren in de omloop. Hij was tien jaar lang de best verkochte artiest.

Arrestaties
In 1896, op het hoogtepunt van zijn populariteit, zou Johnson gearresteerd zijn op verdenking van moord op zijn eerste vrouw. Hij is echter nooit in staat van beschuldiging gesteld en de autoriteiten verklaarden dat ze een ongelukkige val uit het raam had gemaakt. In 1899 werd hij gearresteerd op verdenking van moord op zijn tweede vrouw, zangeres Ruskin Stewart (The Blackbird), die zwaar mishandeld in hun huis werd aangetroffen en twee uur later stierf. Tijdens de rechtszaak werd hij gesteund door vele fans, de zoon van de plantage-eigenaar bij wie hij was opgegroeid en Columbia Phonograph Company. Hij werd uiteindelijk vrijgesproken. Lange tijd deden er onjuiste geruchten de ronde dat hij veroordeeld en opgehangen zou zijn.

Zijn laatste jaren
Rond 1905 was het mogelijk om geluid op platen op te nemen. Deze konden bij duizenden gekopieerd worden en hierdoor werd er steeds minder van Johnsons diensten gebruik gemaakt. In zijn laatste jaren was Johnson portier van een theater van een oude opnamepartner, Len Spencer. Hij had hier ook een kamer. Daarnaast deed hij boodschappen voor mensen. Hij hield veel van drinken en leende regelmatig wat geld van zijn klanten dat hij nooit terug betaalde. In 1914 stierf George Washington Johnson arm en berooid.

Vijf jaar eerder was de eerste zwarte burgerrechtenbeweging NAACP (National Association for the Advancement of Colored People) opgericht. Ten tijde van zijn overlijden was de zwarte gemeenschap niet trots op zijn verrichtingen en wilde hem liever vergeten. Maar één zwarte krant besteedde aandacht aan zijn dood en haalde hierbij zijn beledigende songteksten aan. Hij werd op de Maple Grove Cemetery in Queens in een anoniem graf begraven.

In ere hersteld
In 2007 ging de Grammy Award voor beste historische plaat naar de cd die bij het boek Lost Sounds: Blacks and the Birth of the Recording Industry, 1891-1922 van Tim Brooks hoorde. Hierop is muziek van vroege zwarte muzikanten, waaronder George W. Johnson, te horen.

Door de inspanningen van geschiedenisleraar Carl Ballenas en zijn leerlingen van de Immaculate Conception School in Queens is er in 2014, zijn honderdste sterfjaar, een gedenkteken op zijn graf geplaatst. Er vond een ceremonie plaats met verschillende presentaties en optredens.

The Laughing Song
door George W. Johnson




Tekst
As I was coming around the corner
I heard some people say,
"Here comes a dandy darky,
Here he comes this way,
His heel is like a snowplow,
His mouth is like a trap,
And when he opens it gently,
You will see a fearful gap."

And then I laughed . . .

They said, "His mother was a Princess,
His father was a Prince,
And he'd been the apple of their eye
If he had not been a quince.
But he'll be the King of Africa
In the sweet by and by",
And when I heard them say it, why
I laughed until I cried.

And then I laughed . . .

So now, kind friend, just listen
To what I'm going to say.
I've tried my best to please you
With my simple little lay.
Now, whether you think it's funny,
Or quite a bit of chaff,
Why all I'm going to do is
Just to end it with a laugh.

And then I laughed . . .



The Whistling Coon, door componist Sam Devere
Tekst
Oh! I've seen in my time some very funny folks,
But the funniest of all I know.
Is a colored individual, as sure as you're alive,
As black as any black coon ;
You may talk until you're tired, but you'll never get a word
From this very funny, queer old coon ;
He's a knock-kneed, double-jointed, hunky-plunky moke,
And he's happy when he whistles this tune:-(Whistles.)
Oh, lie's got a pair of lips, like a pound of liver split,
And a nose like an injun rubber shoe,
He's a limpy, happy, chuckle-headed, huckleberry nig,
And he whistles like a happy killy-loo;
He's an independent, free-and-easy, fat-and-greasy ham,
With a cranium like a big baboon;
Oh, I never heard him talk to anybody in my life,
But he's happy when he whistles this tune :-(Whistles.)
Oh, he'd whistle in the morning, through the day and through the night,
And he'd whistle like the devil going to bed.
Oh, he'd whistle like a locomotive engine in his sleep,
And lie whistled when his wife was dead;
One day a fellow hit him with a brick upon the mouth,
And his Jaw swelled up like a balloon,
Now he goes along shaking like a monkey in a fit,
And this is how he whistles that tune :-(Whistles)

Lees ook:

___________________________________________________________________________________________
Bronnen:








Geen opmerkingen:

Een reactie posten